Hoe zou mijn leven geweest zijn…

Vanmiddag reden we van Zutphen naar Den Haag. Het was alweer een paar maanden geleden dat we voor het laatst onze familie en vrienden hadden bezocht. Ik kijk altijd een beetje tegen de reis op. Bijna twee uur in de auto met vier kleine kindjes. En elke keer valt het weer mee. We waren de snelweg nog niet op of de auto reed gevuld met dromen van zoet slapende meisjes. Het was al met al een rustig autoritje.

Op de snelweg voorbij Utrecht dacht ik opeens terug aan mijn jonge kinderjaren. Ik herinnerde mij dat ik altijd van alles wilde, wat precies weet ik niet meer. Het zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met muziek maken, tekenen of andere creatieve uitspattingen. Ik weet mij nog wel goed te herinneren dat ik als klein meisje met twee breinaalden van mijn moeder aan het viool spelen was en met de stofzuigerslang aan het zingen. Ook weet ik nog goed dat mijn moeder een orgel had met bladmuziek en ik als vijfjarig meisje mijzelf noten leerde spelen. Muziek, lezen, tekenen, sport… Ik had zoveel interesses en het werd nooit gestimuleerd. Allemaal prachtige talenten, die nooit echt de kans hebben gekregen om tot bloei te komen.

‘Stel je voor’, zei ik tegen mijn partner, ‘dat ik als klein meisje wél de kans had gekregen om op muziekles te gaan of op een sport. Dat ik gestimuleerd zou worden om ergens heel bedreven in te gaan zijn. Hoe zou mijn leven geweest zijn als ik als klein meisje, verlangend naar uitdaging, wél op klarinetles was gezet?’ Terwijl deze vraag over mijn lippen rolde, zag ik mijzelf in een band op het podium de sterren van de hemel spelen en zag ik mijn kunstwerken al in New York hangen. Het kleine meisje blijft dromen…

‘Dan was je nu geen moeder geweest,’ antwoordde hij nuchter. Een mooier antwoord kon ik mij niet wensen.

Advertenties

Liefde voor het leven

Vanaf het moment dat ik wist dat ik naar het ziekenhuis zou gaan voelde ik een soort last van mijn schouders afglijden. Zoals ik in mijn vorige blog al schreef, is het ziekenhuis een plek waar ik liever niet kwam. Sinds ik actief ben in het ‘Vrije Geboorte-wereldje’ heb ik veel nare verhalen gelezen van vrouwen die daar zijn bevallen. Soms kozen ze het ziekenhuis bewust als plek om te baren, soms was het omdat ze een medische indicatie hadden en dachten dat ze in het ziekenhuis moesten bevallen (dat is dus niet zo, je hebt altijd een keuze) en soms begonnen ze aan hun romantische badbevalling thuis maar kreeg hun baring een andere wending. Wat de reden dan ook was: de manier waarop veel van deze bevallingen verliepen liet heel veel te wensen over. Vrouwen schreven dat er niet naar hun wensen werd geluisterd en er werden handelingen verricht zonder overleg. Ze werden behandeld alsof ze zelf geen ‘juiste’ keuzes konden maken en voor ze het wisten werd er een knipje hier of daar gezet. Met koude rillingen over mijn rug kwamen deze verhalen tot mij. Mijn beeld van het ziekenhuis was overduidelijk vertroebeld door de ervaringen van anderen.

De natuur laat graag haar gang gaan. Je zal mij zelden een pijnstiller zien slikken om van hoofdpijn af te komen. Ik ervaar liever wat er allemaal in mijn lichaam gebeurt. Die ene dag in mijn kraamweek gaf een heel nieuwe dimensie aan mijn lijf. Door de hoge koorts kwam ik in andere lagen van mijzelf terecht. Hoe het bloed door mijn aderen stroomde, hoe mijn hart klopte, hoe mijn adem vluchtig in mijn longen in stroomde en uit weer werd gestoot… Mijn lichaam was hard aan het werk, aan het vechten bijna. Ik voelde dat als ik geen hulp zou aanvaarden ik misschien wel eens de strijd zou gaan verliezen. Dat was écht geen optie: mijn vier jonge kinderen zonder moeder achterlaten. En mijn vriend die dan opeens alleen voor hun zou moeten zorgen. Ik zag al voor me hoe ze alleen nog maar komkommer en tomaatjes te eten zouden krijgen. Geen stamppotjes en pannenkoeken meer! Sterven was geen optie. Dit keer had mijn natuur een handje medische hulp nodig.

Liggend op Laura’s achterbank werd ik naar het ziekenhuis hier om de hoek vervoerd. Ik voelde zo veel vrede en dankbaarheid, wetende dat ik een juiste beslissing had gemaakt. Ik koos voor het leven! Ook in het ziekenhuis, geketend aan het infuus, bleef deze vrede. Elk nieuw gezicht dat mijn kamer binnenkwam (en dat waren er aardig wat) kon ik met een open hart ontvangen. Ik voelde me veilig, gedragen en geliefd. En de verschillende mensen uit het ziekenhuis die mij verzorgden, weerspiegelden dit. Natuurlijk hadden de verpleegsters ook nog hun persoonlijkheid waarmee ze met mij omgingen. Echter kon ik zonder oordelen het gewoon aanschouwen. Achter hun karakters school dezelfde liefde en hetzelfde licht waarin ik mij gedragen en gesteund voelde. Het was een bijzonder fijne ervaring, een verlichtende werking had het op mijn hete koorts. Mijn omgeving, mijn wereld… Ze zijn een spiegel voor al mijn gevoelens, voor mijn essentie, voor mijn zijn, in álle situaties.

Ik realiseer mij goed dat mijn ziekenhuiservaring ná de bevalling heeft plaatsgevonden en dat het een heel andere situatie was dan de vrouwen wier verhalen ik heb gelezen. Als je bevalling heel anders loopt dan je had gepland of gehoopt waardoor je totaal in angst, stress of verdriet schiet, dan kan ik me goed voorstellen dat je geen fijne ziekenhuiservaring opdoet. Een spiegel laat in het moment zien hoe het met je gesteld is, naakt in alle waarheid. Ik ben heel blij met deze ziekenhuisopname, omdat het mij in het moment mijn onvoorwaardelijke liefde voor het leven liet zien.

 

Een reis door het heelal en weer terug naar hier en nu

De eerste nacht als moeder van vier dochters verliep met ogen vol ongeloof open. Wat een onmetelijke rijkdom, wat een gelukzalig gevoel: vier gezonde dochters. En wauw, die heb ik toch maar even allemaal binnen 4,5 jaar ongeschonden op de wereld gezet. Ik voelde diepe dankbaarheid en verwondering voor het leven, mijn leven en alle zegeningen die ik tot nu toe heb mogen ontvangen. Rond 6 uur gaan er meer oogjes open. Ik zal Layla’s eerste woorden van die dag en de manier waarop ze die spreekt nooit vergeten. ‘Baby! Baby! Baby!’ En ze wijst met een hemelse blik en glimlach naar kleine Zora die aan de borst ligt.

Een uurtje later is iedereen op. Laura was blijven slapen en maakt een heerlijk verwarmende pap. Dit ontbijtje is het laatste voedsel waar ik nog van kon genieten. Deze ochtend was ik nog vrij wakker door alle oxytocine en adrenaline. Ik genoot intens van de nieuwe gezinssamenstelling. In de loop van de dag verloor ik mijn eetlust en ’s avonds was ik volledig gevloerd. Ik werd ontzettend moe en kreeg daarbij ook naweeën. Vroeg dook ik met Layla en Zora het bed in. Echter van slapen kwam niet veel ook deze nacht, van maandag op dinsdag. De naweeën maakten mij om de tien minuten wakker. Ook de gehele dinsdag en woensdag ging dit door. Ik lag opgekruld op de bank of in bed met een kruik en wilde met rust gelaten worden. Van slapen kwam weinig terecht. Ik wilde weinig tot niks eten en voelde me leeg en futloos. Het was een vreemde gewaarwording: de weeën vóór de bevalling waren zo welkom, duurden niet lang en brachten binnen enkele uurtjes mijn dochter. De weeën ná de bevalling… Ze duurden lang en er leek geen einde aan te komen…

Donderdagochtend: Zora’s vierde nachtje bij ons was rustig verlopen en het was tijd voor haar eerste badje. De drie zussen zaten op een mini tribune toe te kijken. Af en toe ruziënd wie op welke rang mocht zitten. Daarna gingen de meiden weer naar de gastmoeder, mijn vriend moest naar Haarlem en ik was alleen thuis met Zora totdat Laura er weer zou zijn. Ik voelde me weer wat beter en ontving zelfs nog een vriendin die Zora wilde komen bewonderen. Tijdens dit bezoek voelde ik dat de naweeën weer begonnen, helaas. En toen deze vriendin weer was vertrokken voelde ik me opeens ziek worden: mijn temperatuur begon te stijgen. Ik kon opeens niks meer. Ik ging op de bank liggen onder een paar dekentjes, Zora dicht bij me en ik wachtte op Laura. Rond 11 uur was ze er en ze zag en voelde meteen dat ik ziek was. We praatten nog wat over mijn lichaam. Hoe hard het de afgelopen jaren heeft gewerkt, hoeveel het heeft gedragen en hoe uitgeput het nu is. Dat het nu rust, liefde en aandacht nodig heeft. Nadenken en praten kostte me eigenlijk al teveel moeite. Ik ging in bed liggen.

In bed maakte ik de meest bizarre dingen mee. Met mijn ogen dicht vloog ik langs sterrenstelsels, naar verre planeten en ontmoette ik vreemde wezens. Ik werd aan alle kanten geheeld door engelen, elfjes, goden en godinnen. Met mijn ogen open zag ik grote Zora de trap oplopen en moest ik hard huilen van ontroering. Ze wist dat ik ziek was en ik was in de veronderstelling dat ze meteen in de trein was gesprongen om ons te komen helpen. Toen even later Laura van de trap af kwam moest ik nóg harder huilen van teleurstelling. Ik was overduidelijk aan het ijlen. Ik voelde me ellendig, onbeschrijflijk ellendig eigelijk. Uit iedere porie stroomde zweet. Mijn hoofd was aan het bonken, mijn oren suisden, mijn hart klopte bijna mijn hals uit. Ik kon amper nog reageren op mijn omgeving… Op een gegeven moment kreeg ik een soort van koorts/paniekaanval. Ik dacht werkelijk dat ik dood ging en dacht aan mijn dochters. Ik riep: ‘Laura! Laura! Ik heb het zo heet. Ik trek het niet meer!’ Laura wikkelde koude lappen om mijn onderbenen en legde een nat washandje op mijn hoofd. Vriendin Kiki was er inmiddels ook en ze dachten samen na over stappen die we konden ondernemen om dit ziek zijn te verlichten. Homeopathie kwam voorbij, tinctuur van de placenta van Thura, niks doen… Het kon mij eigenlijk allemaal niet meer schelen wat er werd gedaan, áls er maar iets werd gedaan. Laura was in de veronderstelling dat ik geen kraamvrouwenkoorts kon hebben, omdat het huis niet ondraaglijk stonk naar rottende baarmoeder. Maar wat was er dan met mij aan de hand?! Toch maar eens mijn temperatuur meten: 40.2. Oeps, dat is best hoog. En nu? Wat gaan we nu doen?! Intussen zweet ik hier het bed verder nat. Vroedvrouw Tanja zie ik in gedachten. Tanja… Lieve wijze Tanja, zij zou ongetwijfeld weten en voelen wat ik heb. Ik vroeg Laura of ze Tanja wilde bellen om te overleggen. Na het beeld van Tanja zag ik het beeld van een ziekenhuis en eigenlijk wist ik dat dát de plek was waar ik moest wezen.

Laura had gesproken met Tanja en de conclusie was toch kraamvrouwenkoorts. Je kan op verschillende wijze een infectie krijgen en je baarmoeder hoeft niet ondraaglijk te ruiken… Het idee om dit thuis uit te zieken was geen optie. Mijn lichaam gaf heel duidelijk een grens aan, wilde hulp en wilde vooral snel beter worden voor de meisjes! Dus: hup naar het ziekenhuis. Dé plek die ik het liefst vermijd, omarmde ik nu met heel mijn hart. Het was even slikken om Ronja, Thura en Layla thuis achter te moeten laten. Gelukkig is het ziekenhuis tien minuutjes fietsen en mochten ze meteen de volgende ochtend mij komen opzoeken. Maar wel met de grootste ballon!

Veel mooie verhalen over het ziekenhuis had ik nog niet gehoord. Mijn hoge lichaamstemperatuur (inmiddels 40.4) had als voordeel dat ik (bijna) nergens aan kon denken. Ik vond het even erg spannend toen ik na de antibiotica en de paracetamol de trombosespuit weigerde. Ik houd al niet van spuitjes en overbodige spuitjes hoef ik helemaal niet in mijn lijf. De verpleegster was spuitjesweigeraars klaarblijkelijk niet gewend, moest ook even slikken maar respecteerde mijn keuze. Laura en Kiki bleven nog een paar uurtjes aan mijn bed zitten en hebben nog vreselijk hard om mij gelachen. Door de antibiotica kreeg ik namelijk meteen heftige diarree en ze zagen mij keer op keer met mijn ijlende koortshoofd en afgezakte rok, kreunend het bed uit strompelen, steunend aan het infuuskarretje, richten toilet bewegen. Ze zeiden dat ze mijn ‘Ma Flodder-kant’ opeens zagen en vonden mij heel lief. Ik vond hen even niet lief en op de wc zat ik dit een paar keer te overpeinzen. Mijn conclusie aan het einde van alle toiletgangen was dat ik geen ‘Ma Flodder’ was, maar dat dit de ‘Oer-aap’ in mij was en dat ik simpelweg een voorbeeld ben voor alles wat er mag zijn 🙂

In het ziekenhuis kwam ik niet meteen tot rust. Slapen lukte heel slecht. De eerste nacht had ik het opeens vreselijk koud en lag ik te k-k-k-klappertanden onder drie dekens met een kruik. De tweede nacht lag ik weer heel erg te zweten. De derde avond vond ik dat ik eens moest gaan slapen. Ik had bijna een week amper geslapen (en amper gegeten) en ik bleef maar vreemde beelden zien. Ik durfde mijn ogen niet te sluiten, want dan kwamen er weer beestjes, grote ogen, vulkaanuitbarstingen, caleidoscopische waanbeelden… Ik moest iets verzinnen waar ik blij van werd, maar er kwam niets. Uiteindelijk greep ik naar mijn telefoon en ben ik foto’s en filmpjes gaan kijken van mijn meisjes. En dat was juist wat ik nodig had! Die lieve stoute kaboutersnoetjes… Wat voelde ik opeens hun gemis! Huilend bekeek ik beeld naar beeld. Tranen stroomden en stroomden, vanuit mijn tenen. Door het huilen voelde ik dat ik iets meer in mijn lichaam zakte en ik werd mij er dus ook bewust van dat ik niet helemaal in mijn lichaam zat, oftewel dat ik zo open stond dat er allerlei onwenselijke beelden binnenkwamen. Ik dacht werkelijk even dat ik psychotisch aan het worden was. Maar mijn meisjes brachten mij in het hier en nu, in mijn lijf, zoals ze dat eigenlijk altijd doen. Huilend viel ik in slaap.

En huilend werd ik wakker. Jeetje, wat miste ik thuis. Gelukkig mocht ik het einde van die zondagochtend van het infuus af en kon ik de antibioticakuur thuis afmaken. Weer thuis in de gezellige gezinschaos duurde het zeker nog een week voordat ik weer een beetje mijzelf werd. Vermoeidheid, buikpijn, spruw en neerslachtigheid maakten langzamerhand weer wat meer plaats voor eetlust, slaap en genieten. De ziekenhuisopname heeft mij veel gebracht en ik ben dankbaar voor deze ervaring. Een volgend blog zal ik hier nog aan wijden. Nu, twee weken na ziekenhuisontslag, voel ik me weer fijn in mijn lijf en is mijn spirit er weer. Ik fiets vrolijk met drie dochters in de bakfiets en een op mijn buik rond en geniet 🙂

 

 

 

 

Over wat nog gezien wilde worden

Donderdag 25 augustus

Deze dag was ik 39 weken zwanger, voor zover de tijd nog iets uitmaakt… Al een paar weken voelde het kindje in mijn buik heel anders dan wat ik tot nu toe was gewend. De bewegingen waren intens, met name ’s avonds. Getrap rechts halverwege mijn buik, een puntige bilpartij (?) boven in mijn buik, geduw en gefriemel onderin. Ik ‘snapte’ de bewegingen niet en kon niet goed voelen hoe de baby nu lag. Met de naderende bevalling vond ik het wel fijn om enigszins een idee te hebben van hoe de baby voor de uitgang lag.

Mijn lieve soulsister vroedvrouw Laura (die komt kramen en wel of niet bij de bevalling is) was nu nog te ver weg en te druk om ‘even’ te komen voelen. Gelukkig heb ik ook nog de luxe van Tanja in de buurt en zij kon even komen voelen hoe de baby lag. ‘Ik snap dat je het niet snapt, want ik snap het geloof ik ook niet helemaal…’zei ze vrij snel. Voelde ze nu twee hoofden? Zou kunnen, maar dat hadden we toch eerder moeten merken? De ledematen die ze voelde hoorden duidelijk bij één kind: tweeling werd al snel doorgestreept (dat leek ons ook wel het beste op dit moment :)). Tja, beneden lag iets hards en behoorlijk klem en boven in mijn buik was ook iets hard en wel bewegelijk. Conclusie: hoogstwaarschijnlijk een stuitligging.

Een stuit… Bij deze gedachte werd ik uit mijn ‘zen-trum’ geslingerd en bevond ik mij in complete chaos. Ik had dit al een lange tijd niet meegemaakt: in een mum van tijd stroomde mijn hoofd over met allerlei gedachten, werd ik nog wiebeliger van mijn drie meisjes, kon ik niet helder meer nadenken en het enige wat heel duidelijk naar voren kwam was dat ik een echo wilde laten maken. Het gebeurde allemaal heel ondoordacht en ondoorvoeld snel. Ik was alleen thuis met de kinderen en ik wilde helderheid, nu. Zonder er even op te bezinnen, de rust in mijzelf te zoeken en er even over na te denken, belde ik Renske (verloskundige in Vorden) en kon ik meteen bij haar terecht. Voor ik het wist lag ik daar op een bank naast een echo-apparaat. Ze keek als eerste onder in mijn buik en na 1 seconde hoorde ik: ‘hoofd’. Ik keek naar het scherm en ze liet mij een neusje en mondje zien. Fascinerend… Voor het eerst in 4 zwangerschappen zag ik mijn ongeboren baby op een scherm. En op de een of andere manier kreeg ik door middel van dit scherm dieper contact met het kindje. Ik zag dat kleine mondje bijna letterlijk zeggen: ‘ik wil gezien worden mama.’

Nog een kleine check of er boven in mijn baarmoeder billen te vinden waren en niet nog een hoofd: billen check. Apparaat weer uit. Wat een opluchting. Ik voelde meteen alle chaos van mijn schouders afglijden en mijn zen-trum werd weer voelbaar. Nu kon ik met de terugkomende rust in mijzelf gaan voelen wat er nu daadwerkelijk in deze twee kleine uurtjes was gebeurd. Ik heb altijd gezegd dat ik zonder waarschuwing van binnenuit geen echo zou maken. Echter, was dit een waarschuwing van binnenuit? Het onbegrijpelijke bewegen van de baby was in eerste instantie een aanleiding om te gaan voelen en te kijken. Maar waarom bewoog dit kind zo heel anders dan anders en leek het alsof er minstens 8 armen en benen in mijn buik zaten? Ik voelde dat ik even onzeker werd van de gedachte aan een stuitligging. Maar mijzelf kennende zou ik dit toch vol vertrouwen wel thuis in bad als variatie op ‘normaal’ gaan baren. Wat was het dan?

Diezelfde avond, terwijl ik naast Ronja en Thura lag totdat zij sliepen, reflecteerde ik samen met de baby op deze gebeurtenis. Ik vroeg hem/haar wat nu de bedoeling was van dit alles. Waarom hij/zij op deze manier, zo letterlijk gezien wilde worden. En de boodschap was heel duidelijk: ‘het is tijd voor rust.’ Rust? Ik, jouw mama, is toch de rust zelve? ‘Ja, maar de rest moet ook rustig zijn, papa moet rustig zijn.’ Daar noemde de baby wat… Papa die rustig moet zijn. Papa die nog een hele waslijst met ‘dingen die nog gedaan moeten worden’ wil afwerken voordat de baby mág en kán komen. Papa die overal chaos ziet en die alleen rustig kan zitten in een trein of in een vliegtuig. ‘Rust van binnen. Het kan mij echt niet schelen of de schuur nu is opgeruimd of niet mama. Ik wil gewoon landen in jullie warme, rustige en aanwezige armen.’ Lief kind, ik heb je gehoord en zal de boodschap overbrengen. Ik voel ook dat het nu tijd is om te gaan zijn met wat er is, te genieten van je laatste week/weken getrappel in mijn buik, je zussen voor te bereiden op jouw komst (voor zover dat mogelijk is) en om onze tien handen op mijn buik te leggen en je toe te fluisteren dat je zo welkom bent… Tot heel snel ❤

De weg naar binnen

Vanaf een week of 32 zwangerschap is er voor mij geen ontkomen meer aan: de wereld om mij heen wordt minder interessant en mijn aandacht gaat zonder dat ik daar echt veel invloed op heb, meer en meer naar binnen. Ik merkte het al tijdens mijn week in Spanje met een groepje fijne vrouwen, dat het ‘werken aan mijzelf’ mij totaal niet interesseerde. Tijdens de vrouwencirkels die we daar hielden en daarbuiten voelde ik mij zo thuis in mijzelf, met mijn ronde buik en trappelende baby. Ik voelde een soort rust en tevredenheid. Een staat van ‘het is helemaal volmaakt zo, wat zou er nu nog getransformeerd moeten worden?’

En toch kwam er zonder het te verwachten nog een mooi leermoment voorbij. Mijn vriend was voor zijn werk 12 dagen in Brazilië en ik was alleen thuis met de meisjes. Na een paar dagen kreeg ik ontzettend veel pijn bij mijn schaambot en onderrug wanneer ik te veel had gedaan. Het kwam absoluut niet goed uit natuurlijk! Wanneer ik ’s ochtends een boodschap en wat wasjes had gedaan kon ik ’s middags amper nog lopen. Na een week was deze ‘bekkeninstabiliteit’ weer zo goed als verdwenen. Ik heb mijn lichaam gevraagd wat er nu eigenlijk gebeurde. Waarom ik vanuit het niets zoveel moeite kreeg om mijn lichaam voor te bewegen en hoe dit ook behoorlijk spontaan weer verdween. Ik zag hoe mijn geest, mijn mind, hier een sterke rol in speelde. Het idee, de gedachte dat ik 12 dagen lang de zorg moest gaan dragen voor mijn kinderen en het huishouden, maakte mijn basis (bekken) broos en kwetsbaar. Ik voelde mij bij voorbaat niet gedragen en stelde mij afhankelijk op van de aanwezigheid van mijn vriend. Na een week, toen mijn hoofd tegen mij zei dat mijn vriend over 3 dagen weer thuis zou zijn, begon ik me een soort van opgelucht te voelen. Ik kon ontspannen bij het idee dat ik over 3 dagen niet meer alleen hoefde te zorgen voor dit gezin. Dit zorgde weer voor een stevigere basis in mijzelf en mijn bekken konden ontspannen.

Bizar toch eigenlijk? En oh zo leerzaam. Sinds hij terug is doe ik nog steeds rustig aan en volg ik mijn kompas die mij de weg naar binnen toont. Je zou het een simpele manier van leven kunnen noemen: met de kinderen zijn, een wiegdekentje haken, wat koken, af en toe de deur uit, naar de sauna, afspreken met andere moeders, een serie kijken, collages maken… Het heerlijke niets-doen. Volgens mij de beste voorbereiding op een bevalling: uit je hoofd en in je lijf en in je gevoel. En hier vooral van genieten, want voor je het weet is het alweer zo ver. Het zal nog wel een maand duren vanaf nu, maar het wiegdekentje is in ieder geval klaar!

photo

De kunst van ontspannen

Zaterdagavond. Mijn vriend brengt de oudste twee meisjes naar bed en ik lig naast Layla (15mnd) te wachten totdat ze slaapt. Ze is moe, dus het zal niet lang meer duren. Ik vind het altijd fijn als de meisjes op tijd gaan slapen. Dan heb ik ook nog eventjes om iets voor mijzelf te doen. Terwijl ik lig te wachten op het sluiten van Layla’s oogjes bedenk ik wat ik straks zal gaan doen. Oh ik weet het al! Ik ga heerlijk ontspannen! Met mijn nieuwe Happinez, een kop thee, een stukje chocola en een warm kruidenbad. Ik realiseer mij weer hoe belangrijk het is om tijdens je zwangerschap daar echt tijd voor te nemen: lichamelijke en geestelijke ontspanning. Ah en na mijn heerlijke bad ga ik er een blog over schrijven, dat is ook alweer een hele tijd geleden!

Layla slaapt. Ik klim uit het bed en laat meteen het bad vollopen. Gooi er een paar handjes Keltisch zeezout in en een scheut citroenmelisseolie. Het begint al heerlijk te geuren. Ik kan bijna niet wachten! Nog even naar de keuken voor een kopje thee (het chocolaatje is al op voordat ik in bad zit…), tijdschrift, handdoek, kleren uit en in bad. Oh wat is dit heerlijk. Het warme water, zo koesterend, omhullend en ontspannend. Ik geniet van dit moment. Sluit mijn ogen en doe even he-le-maal niets. Heerlijk! Na een paar minuten sla ik mijn tijdschrift open en begin ik een artikel te lezen.  Jeetje wat is dit een genot. Dit moet ik mijzelf echt vaker gunnen. Maar dan…

Trippel trappel. Kleine voetjes komen de trap afgelopen. Zo te horen is het Thura. ‘Nee hè…’ is mijn eerste gedachte. ‘Kan hij (mijn vriend) haar niet gewoon in bed houden? Hij is vast zelf in slaap gevallen… Grom grom… Daar gaat mijn ontspanmoment.’ Ik hoor Thura rommelen in de gang. Ze zoekt mij. Ik probeer het te negeren en door te lezen, in de hoop dat haar vader haar zo weer ophaalt en in bed legt. Het gebeurt niet. Ik hoor een snik. Ik zie wat er gebeurt in mij. Gevoelens en gedachten die zouden kunnen zorgen voor dramatisch lijden als ‘ik mag ook nooit eens genieten en ontspannen’. Ik moet er bijna om lachen en ik realiseer mij opeens dat DIT het is. Het ultieme ontspannen is niet een warm bad met een boekje. Het is je keer op keer weer overgeven aan dat wat zich aandient. Meestromen ieder moment opnieuw. Zijn als water. Je gedachten kunnen dammen en blokkades bouwen voor de stroom van je rivier, maar laat ze weer los voordat je uit je oevers treedt.

‘Thuurtje, ik ben hier.’ Slaperige en ondeugende oogjes verschijnen om de hoek van de badkamer. ‘Moet mama je naar bed brengen?’ Ze knikt. ‘Liefje, ga je even op de bank wachten, dan kom ik er zo aan.’ Ik lees rustig mijn artikel uit, stap uit bad, droog me en doe een pyjama aan. Ik voel me volledig ontspannen wanneer ik Thura’s handje pak en haar naar bed breng. Binnen 5 minuten slaapt ze en heb ik alsnog een moment voor mijzelf voordat ik zelf ook naar bed ga. Wat fijn dit… Overgave…

 

 

Mount Everest

Een paar dagen geleden vroeg mijn vriend mij ’s avonds toen de kinderen lekker lagen te slapen, hoe ik de komende bevalling voor me zag. Ik moest deze vraag even op mij in laten werken, met de bevalling was ik nog totaal niet mee bezig. Met 10 weken zwangerschap en drie kleine kinderen om mij heen heb ik heel andere dingen aan mijn hoofd en lijf. ‘Wat bedoel je precies?’ vroeg ik hem.
Met grote vragende ogen keek hij mij aan. ‘Nou gewoon, wie er bij de bevalling is. Heb je al een vroedvrouw?’ Ik zei dat ik nog niet weet wie er allemaal bij gaan zijn, dat ik in ieder geval Laura heb gesproken en zij wilde wilde mijn vroedvrouw zijn en komen kramen.

Mijn vriend was niet gerust gesteld. ‘Waarom Laura? Zij woont aan de andere kant van het land! Kan je niet gewoon een vroedvrouw uit de buurt nemen?!’ Ik voelde dat ik boos werd en als ik boos word praat ik niet vanuit mijn hart en essentie en komen mijn zinnen er hortend en stotend uit. ‘Hoezo? Ik snap het niet. Laura komt sowieso kramen en als ik wil dat ze komt kan ze toch in de auto springen? Laura is heel speciaal voor mij en als er iemand bij moet zijn wil ik dat zij dat is.’
‘Ja dat ken ik wel van jou. De vorige keer kwam Tanja ook te laat. Jij belt veel te laat.’ Er sprak weinig vertrouwen uit zijn woorden. Dat raakte mij en maakte mij nog bozer.
‘Tanja kwam niet te laat. Ze kwam op tijd, ze kwam toen ze moest komen!’ Ik voelde mijn hartslag omhoog gaan en begon harder te praten.
‘Ze kwam wel te laat, want Layla was al geboren!’ ging hij verder.
‘Nou dan verschillen wij hier heel erg van mening!’ Van binnen kookte ik inmiddels over. Toen zei mijn vriend: ‘En wie gaat de controles doen?’
Dit was de druppel! Ik kon wel janken! Layla werd wakker, op precies het juiste moment. Ik liep de kamer uit, kroop in onze bedstee, ging naast haar liggen en gaf haar de borst. Ik richtte mij op mijn adem en ging voelen waarom ik zo ontzettend boos werd van het gesprek dat we net aan het voeren waren. Ik voelde me totaal niet gezien, niet gehoord en niet begrepen. Heeft hij nu met alle zwangerschappen en bevallingen die hij heeft meegemaakt nu nog steeds geen idee hoe ik in elkaar zit?

Tijdens mijn eerdere zwangerschappen waren er momenten dat ik werd uitgenodigd om in mijn kracht te gaan staan en groeide mijn vertrouwen stap voor stap. Na de geboorte van Layla voel ik mij heel sterk verbonden met mijn lichaam en mijn gevoel en zijn zij ook mijn richtingaanwijzers in mijn leven. Als iets (niet) goed voelt kán ik niet anders dan er naar luisteren en wil ik er ook echt naar handelen. Wat dat betreft ben ik gehuwd met mijzelf en zo trouw als een hond. Ben ik mijzelf ontrouw, dan voel ik me ongelukkig. Daarnaast stel ik mijzelf regelmatig de vraag: wat voor voorbeeld wil ik zijn voor mijn kinderen? In dit geval wil ik mijn dochters meegeven dat zij ten alle tijden goed naar hun gevoel en intuïtie moeten luisteren en daar echt naar mogen handelen. Anders laat je anderen over je grenzen gaan en als je altijd doet wat een ander zegt, dan heb je zelf eigenlijk geen grenzen.

Toen Layla weer sliep was mijn boosheid weer gezakt en voelde ik mijn kracht weer. Ook voelde ik de liefde voor mijn vriend en het diepe verlangen dat hij mij echt ziet. Ik realiseerde mij dat hij mij misschien nog steeds niet helemaal zag, omdat ik mijzelf aan hem tot op heden niet helemaal heb laten zien. Ik ging bij hem zitten en legde mijn hand op zijn hand. ‘Schat, misschien moet ik je gewoon even duidelijk uitleggen hoe ik in elkaar zit. Door al mijn ervaringen van de afgelopen jaren sta ik zo goed in contact met mijn lichaam en gevoel, dat ik wéét wanneer ik wel of niet iemand wil inschakelen. Ik ken mijn lichaam het beste en er is geen vroedvrouw die mij gaat vertellen dat er iets ‘mis’ zou zijn, want zij kan nooit voelen wat er in mijn lichaam of geest omgaat en punt 2 ik wil de natuur haar gang laten gaan en ik geloof niet in ‘mis gaan’. En wat zijn ‘controles’? Kopjes thee drinken, vragen hoe het gaat en even aan de buik voelen? Als ik het fijn vind dat Laura voelt aan mijn buik en contact maakt met de baby, dan weet ik haar te vinden.’
Ik keek naar mijn vriend en probeerde te bespeuren of mijn boodschap enigszins aankwam. Toen zei hij: ‘Weet je? Je vindt het denk ik niet leuk om te horen, maar ik heb het gevoel dat dat UC (unassisted childbirth) gebeuren een beetje een ego-dingetje is van jou. UC staat op een bepaald voetstuk, is een ideaal en dan wil je eigenlijk aan de wereld laten zien hoe goed jij UC kan bevallen.’
Ik wist niet of ik nu heel hard moest gaan lachen of gaan huilen. Vol onbegrip keek ik naar hem. In een fractie van een seconde voelde ik in mijn lichaam dat zijn woorden absoluut niet klopten. Voor mij is bevallen in mijn uppie geen kwestie van ego, maar van volledig vertrouwen. Bovendien hoef ik niet per sé in mijn eentje te bevallen en zou ik het fijn vinden als Laura aan mijn bad zit als het zo ver is, maar weet ik ook dat het ok is als ze wat later komt.
‘Lieve schat, ik heb de afgelopen jaren zoveel vertrouwen gekregen. Misschien is het nu aan jou om tijdens deze zwangerschap te leren vertrouwen op mijn vertrouwen, op mijn gevoel en verbinding met mijn lichaam.’ En hiermee was het gesprek voor nu zo’n beetje geëindigd en zal deze vast vervolgd worden.

Lieve schat, ik weet dat je dit lees. Je bent mijn meest trouwe en kritisch lezer 😉 Ik wens ons en de baby die nu in mijn buik groeit toe, dat we niet langer tegenover elkaar of achter elkaar hoeven staan, maar dat we náást elkaar kunnen staan. Mijn ervaring is dat als je je angsten loslaat en je vertrouwen volledig omarmt, het leven zo ontzettend veel lichter en gemakkelijker is. Kom pak mijn hand, recht je rug, je zal nog steeds kleiner zijn dan ik, maar samen zijn we de Mount Everest! Hoe heerlijk zou ik mij voelen als je mij ziet als de vrouw die ik in mijn totaliteit ben…