‘Ben je me zat?’

We stapten voor de school van de fiets af en keken elkaar moeilijk aan. ‘Doen jouw billen ook zo’n pijn?’ Ik weet niet meer wie de vraag stelde, want voor beiden gold ‘ja’. De kater van de ouderavond. Iets met houten kleuterstoeltjes, een korte nacht en zere zitbotjes. Het ouderschap heeft zo zijn uitdagingen. De reservevader zag er vanmorgen behoorlijk uitgeput uit. En dat is maar goed ook. Stel je voor dat hij uitgerust naar huis gaat aan het einde van de week…

De ochtend bracht ik alleen door met kleine Zora. Ronja en Thura waren op school en Layla speelde bij haar vriendje Karel. Ik had behoefte om even mijn eigen ruimte in te nemen. De deur naar de gang ging dicht en de woonkamer was heel even helemaal alleen van mij. Ik danste met Zora op heerlijke muziek. Ik kietelde haar buikje, kuste haar wangen en voor heel even bestonden alleen zij en ik. ‘Ben je me zat?’ vroeg Arnon toen ik naar boven was gelopen om te zeggen dat ik Layla zou gaan ophalen. ‘Als je genoeg van me hebt zeg je het toch wel?’ Het was niet zo zeer dat ik genoeg had, ook zeker niet te weinig. Het was eigenlijk wel prima. Toch wilde ik even in mijn eigen bubbel zitten. En dat mag. Moeders mogen dat. Sterker nog, ze hebben dat nodig.

’s Middags had ik het ook wat rustiger. Arnon zat namelijk met Ronja, Thura en aanstaande schoonzoon Leonard in een fluisterbootje voor een romantisch tochtje door de grachten van Zutphen. Ik was thuis met Layla en Zora en kookte op mijn gemakje een groentencurry. De dag verliep eigenlijk heel gemoedelijk en rustig. Totdat alle meisjes sliepen.

Ik opende mijn laptop om te beginnen aan dit stuk en toen las ik een bericht van mijn moeder. Ze was niet blij dat Arnon over haar geschreven had. Het raakte me diep wat ze schreef. Ik voelde haar pijn, haar verdriet en onvermogen. Dat deed me zeer. Ik wist niet wat Arnon had geschreven (we lezen elkaars stukken niet), maar ik kon me bijna niet voorstellen dat hij zulke gemene dingen had geschreven. En als hij al iets schrijft over mijn moeder, dan is dat echt niet om haar te pesten. Ik deelde met hem wat er gebeurd was en ik moest huilen. Hij vertelde wat hij had geschreven en ik kon er niet boos om worden. Sterker nog: ik vond het mooi, want het is waar wat ik heb gezegd. Wat ik Arnon vertel over vroeger, dat zijn slechts schimmen en herinneringen van toen. Vandaag de dag betekenen ze niets meer voor mij. Toch raakt het mij wel dat het mijn moeder pijn doet. Wat voor mij verhalen zijn, blijken voor mijn moeder oude wonden die opengereten worden. In gedachten maak ik ze schoon, verzorg ik ze en plak ik er pleisters op. En ik hoop dat als ik er nog een kusje op doe, de pijn dan snel wegtrekt…

‘Vind je het ongemakkelijk als iemand huilt?’ vroeg ik Arnon. ‘Maak je vaak vrouwen aan het huilen?’ Er volgt een gedistantieerd antwoord. Ik hoor niet echt wat hij zegt. Mijn hoofd is vol. Ik heb behoefte aan voelen. Alleen maar voelen en alleen maar zijn. Nu ben ik hem toch wel even zat. Vanavond ga ik, net als Ronja gisteren deed, mijzelf in slaap huilen. We missen de echte papa.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

‘Noemde ik je ‘Marije’? Shit!’

Vanmorgen fietsten we voor het eerst naar school. Een prachtige route over de dijk langs de IJssel. Voor mij voelt het alsof ik me dan heel even in een schilderij bevind. Ik geniet hier met volle teugen van.

Behalve vandaag. Halverwege de dijk kwamen we een hardloper in een geel shirt tegen. Met grote ogen kwam hij ons tegemoet rennen. We fietsten op dat moment een beetje onhandig breed naast elkaar. Ik met de bakfiets aan de buitenkant, daarnaast Thura en Arnon met de moederfiets nog half aan de binnenkant. Ik probeerde een beetje opzij te gaan voor de hardlopende meneer. Hij had voldoende ruimte om rustig door te rennen. Opeens riep hij: ‘Pas op! Aan de kant!’ Voor mij was er te weinig ruimte om hier gehoor aan te geven. Maar toen ik zag dat hij zelf niet een stap opzij ging zetten en op mij zou gaan botsen, rukte ik het stuur naar rechts, waardoor Thura opzij werd geduwd en in Arnons fiets geslingerd werd. Mijn lieve kleine meid. Daar lag ze, helemaal overstuur te snikken. En die man? Die keek even achterom en rende zonder twijfel door. Ik vraag me nog steeds af wat die man bezielt. Waarom doet  iemand zoiets vreselijks? Arnon zei dat hij gewoon een ‘klootzak’ was. Het kan zijn dat de meisjes een nieuw woord hebben geleerd.

De terugreis was ook vreselijk. Dit keer twee uitgeputte kleuters die huilend en jammerend naar huis fietsten en beiden wat anders wilden. Ik wist op een gegeven moment echt niet meer wat ik kon doen. Arnon zei niets. Hij bleef achter ons fietsen. Ik had op dat moment hem eigenlijk wel nodig als reservevader. Dat hij iets leuks zou zeggen of doen, om de ellende wat lichter te maken. Er gebeurde niets. Wat zou hij op dat moment gedacht hebben? Thuis was alles snel weer vergeten, want oma Vos was op bezoek.

Vanmiddag ging Arnon een boterham met geitenkaas voor mij maken. Zora hing slapend aan mijn borst. Ik nam het spektakel waar. Eerst de kaas uit de verpakking krijgen. ‘Eh, hoe doe je dat?’ vroeg hij. ‘Met een mes of een schaar,’ zei ik. Toen de kaas bevrijd was uit het plastic wilde Arnon beginnen met plakjes kaas snijden met de kaasschaaf. ‘Misschien moet je eerst de zijkanten er van afhalen, het plastic.’ Dat ging iets makkelijker. Toch was Arnons hand ontzettend aan het trillen tijdens het afsnijden van de plakjes kaas. Is dat nu zo moeilijk? Zo inspannend? Of was hij heel zenuwachtig, omdat hij zo goed mogelijk die boterham voor mij wilde maken?

Vanavond kom ik tot de conclusie dat het laatste het geval moet zijn. Tijdens de ouderavond noemt hij mij ‘Marije’. Even later had hij dat door en zei: ‘Noemde ik je ‘Marije’? Shit!’ Ik zat er totaal niet mee. Arnon wel. Totdat hij naar bed ging heeft hij wel vier keer gezegd hoe vreselijk hij het vond, dat hij mij zo noemde. Hij schaamde zich. Waarschijnlijk ging hij zichzelf boven nog even kastijden. Arnon is een perfectionist. Tijdens het kringgesprek leerden we hoe zich dat kan uiten in het ouderschap. Als je kind vies is geworden tijdens het spelen en liever niet mee naar huis wilt nemen, omdat je auto schoon moet blijven, dan is het tijd voor zelfreflectie. Ik snap wel dat Arnon zijn kind in New York wil opvoeden. Daar zijn geen kaasschaven.

Reservepapa Arnon heeft iets zeer aandoenlijks. Hoe hij over de meisjes hun bolletje aait en vraagt of ze buiten willen spelen of een boekje willen lezen. Hoe hij de kaas schaaft, het vaatdoekje neerlegt (ligt hij zo goed?), hoe hij vraagt of hij nog iets kan doen, hoe hij stottert in de klas. Hij doet erg zijn best. Dat is erg lief. Maar hoe lang houd een reservepapa dat vol?

Gerust hart

Het is mooi om te zien hoe reservepapa Arnon zich vol overgave op zijn reservekinderen stort. Vanmorgen genoten de kinderen van een voorleesmarathon. Met een gerust hart liet ik ze bij hem achter, toen ik even onder de douche sprong. Sommige kinderen zijn verslaafd aan computerspelletjes of snoep. Mijn kinderen zijn verslaafd aan boeken. Elk moment van de dag willen zij wel een boekje lezen. Je zou ze er ’s nachts misschien zelfs wel wakker voor kunnen maken. Dit is een fantastische uitkomst voor Arnon. Als hij contact wil maken met de meisjes, hoeft hij alleen maar te vragen of ze een boekje willen lezen. Er werden vandaag veel boeken gelezen.

En het is ontroerend om te zien hoe mijn meisjes zich vol overgave op hun reservepapa storten. Kleine Zora blijft maar vrolijk zijn en lachen. Layla wilde vanmorgen getild en gedragen worden tijdens de korte wandeling naar de IJssel. Thura beklimt en bespringt Arnons rug zodra ze de kans krijgt (ik geloof dat zijn rug daar nog even aan moet wennen) en mijn grote Ronja heeft iets meer tijd nodig. Maar ze wil inmiddels wel naast hem aan tafel zitten. En hij mag ook wel naast haar in bed komen liggen, op voorwaarde dat hij niet teveel plek inneemt. ‘Ik wil wel lekker kunnen blijven liggen,’ zei ze. ‘Mijn echte papa is veel leuker,’ zei ze tijdens het avondeten. ‘Gelukkig maar’, zei Arnon.

Tijdens de lunch moest ik om de reservepapa lachen. ‘Wat is jullie lievelingseten?’, vroeg hij de meisjes. We hoorden drie keer ‘pizza’ door de kamer galmen. ‘En wat is jouw lievelingseten?’, vroeg ik hem, met in mijn achterhoofd dat ik dat dan een keer wilde koken deze week. ‘Ik bestel meestal een simpele pasta met rode pepertjes, olijfolie en knoflook,’ antwoordde Arnon. Even zag ik in gedachten hem alleen in zijn favoriete restaurant in New York zitten. Met een boek, zijn telefoon, een glas wijn en zijn lievelingseten. Zijn comfort zone. En nu, met vier meisjes en hun moeder, aan een soepje met maïswafels in zonnig Zutphen. Hoe oncomfortabel kan het leven van een reservevader zijn…

Iedereen lijkt wat te wennen aan deze bijzondere situatie. De vuurdoop is geweest, letterlijk. Arnon leerde vandaag, dat hete thee en baby’s niet samen gaan. En een baby alleen op een houten bankje zonder rugleuning neerzetten is ook niet handig.* Als een kind van de trampoline valt til je het op en troost je het. Een tik van Thura betekent stiekem ‘ik vind je aardig.’ En een baby kan best zelf de trap opklimmen.

Hij is vooral gericht op de meisjes. Hele huishouden gaat een beetje langs hem heen en dat is ok. Ik vind dat de belangrijkste taak van een ouder is om er te zijn voor je kind. Dan kan je de boel af en toe best de boel laten als ‘Agent en Boef’ hoognodig weer eens voorgelezen moet worden. Bovendien kan mama de vaat doen.

*Aan het einde van de dag zijn alle kinderen zonder ernstige schade heerlijk in slaap gevallen.

De aankomst

Onze auto is aardig groot. Eigenlijk behoorlijk groot. Vandaag bleek hij zelfs groot genoeg voor de koffer van Arnon. Arnon zelf was wel genoodzaakt om op de grond, tussen de stoelen van de meisjes te gaan zitten. Mijn bijrijder van vanmiddag was namelijk de koffer. Ondanks ik de meisjes had gevraagd Arnon niet te gaan schoppen, kon Ronja haar voeten niet stil houden. Ook het knuffelegeltje was een mooi object om de reservepapa mee te bekogelen. Arnon zei dat het niet lief was wat ze deden.

En toen waren we thuis. Ronja en Thura gingen verder met tekenen, Layla wilde samen een boekje lezen en Zora hing al bijtend aan mijn borst. Vanuit mijn ooghoeken, tussen de regels door, sloeg ik Arnon gade. Hij keek in zijn telefoon, krabbelde later wat in zijn notitieboekje, deed zijn laptop open en meteen weer dicht en sloeg ook ons gade. De vraag ‘ kan ik iets doen?’ stelde hij een paar keer. Het lijkt een simpele vraag, maar het is een van de moeilijkste voor mij om te beantwoorden. Ik ben iemand die het fijn vind om niet zo veel te hoeven zeggen. Ik vind het fijn als mensen uit zichzelf zien of er iets gedaan kan worden. Gelukkig voor Arnon ben ik gewend dat de vader hier in huis ook niet altijd dingen uit zichzelf ziet en oppakt en leer ik steeds beter om uit te spreken wat nodig is. En gelukkig voor mij herinnerde Arnon zich vanavond, dat wij geen schoenen in huis dragen. Ik hoefde dus niet meer te vragen of hij zijn schoenen uit wilde doen.

Het eerste wat mij opviel is dat onze reservepapa veel denkt, althans dat dacht ik. Dus ik vroeg of het wel eens stil is in zijn hoofd. Een vader hoeft namelijk niet de hele dag na te denken. Als je buiten speelt met kleine meisjes hoef je niet na te denken. Als je de tafel afruimt hoef je ook niet na te denken. Als je boekjes voorleest ook niet en bij het tanden poetsen ook niet. ‘Het is makkelijker voor mij om te denken. Dat gaat altijd maar door. Bij jou toch ook?’, antwoordde hij.

Misschien wordt dat wel de grootste uitdaging van Arnon deze week. Om er helemaal te zijn voor de meisjes. Om, zonder dat zijn hoofd er steeds gedachten over heeft, te kunnen genieten van kleine Layla die naar zijn verhalen luistert. Of misschien ervaart hij ook kriebels in zijn buik als kleine Zora schaterlacht als hij haar kietelt. Of trots wanneer hij Ronja met kleren aan door het zwembad ziet oefenen voor haar A-diploma. En misschien zelfs wel onvoorwaardelijke liefde als hij de uitdaging van Thura durft aan te nemen en stoeiend met haar over het gras rolt.

Papa Rini schreef reservepapa Arnon een e-mail met praktische zaken. Daarin schreef hij dat het vaderschap het mooiste is wat hem ooit is overkomen. En dat zelfs alleen al de gedachte aan zijn kinderen hem een gelukzalig en rijk gevoel geeft. Dus of Arnon nu wel of niet zijn hoofd een moment stil kan krijgen deze week: er is slechts één vaderlijke gedachte nodig om onvoorwaardelijk veel van je (reserve)kinderen te houden.

Reservepapa

Het is ruim drie jaar geleden dat ik in de Volkskrant een Voetnoot las, waarin Arnon Grunberg zich aanbood als ‘reservepapa’: 6714-1024x768

Op dat moment, begin juli 2014, was ik inmiddels moeder van Ronja en Thura. Layla zat net in mijn buik. De papa van mijn kindjes was toen al regelmatig van huis voor zijn werk. En minstens eens per jaar is hij afwezig voor zeker 12 dagen. Je kunt je wellicht voorstellen dat ik erg enthousiast werd van deze voetnoot. Naast dat ik als puber dusdanig onder de indruk was van ‘De Asielzoeker’ en ‘De Joodse Messias’ dat ik besloot Nederlands te gaan studeren, wat overigens een onjuiste motivatie bleek om een studie te beginnen, is een paar extra handen wanneer ik alleen ben geen overbodige luxe. Ik meldde ons gezin aan voor dit experiment.

Het heeft even geduurd. Er werden intussen nog twee meisjes geboren. Begin juni 2017 ging Arnon op huisbezoek bij de gezinnen die zich hadden aangemeld, ter kennismaking. Zelf had ik deze kennismaking ook echt nodig. De afgelopen jaren ben ik nogal vervreemd van zijn literaire werk en las ik (als ik al iets las) met name boeken rondom zwangerschap en moederschap. Ik had geen idee wie Arnon was (is…). Alleen een vaag gevoel van een extreem rationeel figuur, galmde door mijn systeem. Waar dit vooroordeel op gebaseerd was, ik heb werkelijk geen idee. Toen ik de deur voor hem opende, smolt dit vage gevoel als sneeuw voor de zon. En tijdens het ‘kennismaken’ zag ik een vriendelijke, zachtaardige en geïnteresseerde man. Weliswaar een zeer snelle geest, maar toch ook zeker een gevoelig wezen. Dat, in combinatie met het brilletje, de warrige haren en het niet al te lange postuur, maakte Arnon een ideale reservepapa. En de stralende ogen toen ik vroeg of hij een stukje zelfgebakken lekkers wilde, maakten de kennismaking helemaal compleet.

Arnon vertelde dat hij bij 20 (!) gezinnen op huisbezoek zou gaan. Mijn partner dacht dat wij wel de top 5 zouden halen. Ik kon mij eigenlijk niet voorstellen dat Arnon niet voor ons gezin zou kiezen. Ook al was hij hier slechts 45 minuten voor een kennismaking, Arnon wekte de indruk dat wij vreemd en oncomfortabel genoeg waren om over te gaan schrijven. En volgens mij weet je in enkele seconden al of er een ‘klik’ is met iemand. En op de een of andere manier voelde het heel kloppend. Begin juli kregen wij de vraag of we nog interesse hadden. En dat hadden we. Op naar een nieuw avontuur!

Zaterdag 2 september krijgen we dan eindelijk de reserve-vader in huis. Eigenlijk twee weken te laat, want mijn partner is 21 augustus al naar Brazilië vertrokken. Hoe zal dat zijn, een bekende vreemde in huis, die de plek van de papa van mijn kinderen gaat innemen? Hoe zal het voor de meisjes zijn als een andere man hun naar school brengt en ophaalt? Hoe zal het voor hem zijn, om vanuit het niets opeens vier kleine meisjes aan zijn broek te hebben hangen? Om eigenlijk een heel ander leven binnen te stappen? En wat zal ik allemaal ervaren… Ik ben heel erg benieuwd. Jullie vast ook. Arnons ervaring kan je iedere dag in de NRC lezen. En mijn visie op Arnons reserve-vaderschap kan je hier lezen. ‘Arnon meets big mama heart’, schreef mijn vriendin Anna Myrte. We gaan het beleven!

Ontvouwende vleugels

Mijn lieve kleine Thura ging deze week opnieuw door een geboortekanaal.

Afgelopen mei is ze vier jaar geworden. Een paar weken daarvoor mocht ze beginnen met wennen in de kleuterklas van de Vrije School. In dezelfde klas als haar grote zus Ronja. Ze vond het heel leuk en toch ook wel spannend. En toen ze vier werd besloot ze van het ene op het andere moment dat ze niet meer naar school wilde. Nooit meer. En dat ze voor altijd bij mij wilde blijven. Dat vond ik goed.

De hele zomer heeft Thura heerlijk gespeeld met haar zussen. Ik zag haar af en toe een stap bij me vandaan gaan en af en toe weer twee stappen terug, soms zelf helemaal in mijn armen diep weggekropen. Ik zag een schuchter meisje dat uit haar coconnetje probeerde te kruipen. Ze zat alleen nog met haar vleugels vast.

Afgelopen dinsdag gingen de deuren van de kleuterklas weer open. Maandagavond lag Thura huilend in bed en humde zij zichzelf in slaap met de mantra ‘ik wil niet naar school’. ‘Lief meisje’, zei ik in gedachten. ‘Het is goed, ga maar slapen.’ Ik vond het moeilijk haar zo te zien worstelen. Als ik het met Ronja over school heb, stralen óók Thuurtjes ogen. Ik wéét dat ze school fijn gaat vinden. Ze wil zo graag met vriendinnetje spelen, net zoals haar grote zus.

Dinsdagochtend stond Thura op met dezelfde mantra. Ik smeerde intussen boterhammetjes voor twee broodtrommeltjes en sneed voor twee kleuters fruit. De fietstocht naar school bleef Thura dezelfde mantra aanhouden en toen we eenmaal in de klas zaten hoorde ik hem telepathisch ook nog door mij heen galmen. Uiteindelijk droeg ik Thura huilend over in de liefdevolle armen van haar juffie. Ik slikte en zei met zachte ogen dat ik haar straks weer kwam ophalen.

De rest van de ochtend had ik veel afleiding en tussendoor dacht ik aan mijn kleine grote Thura. Gedachten als ‘ik ben een slechte moeder’ en ‘ach laat haar nog maar lekker thuis blijven’ passeerden. Het was mijn intuïtie die mij er weer aan herinnerde dat het echt goed was zo. Ik voelde diep van binnen dat het echt haar tijd was en opeens moest ik weer aan haar geboorte denken. Ik heb Thura uiteindelijk 43 weken in mijn buik gedragen. Op de dag van haar geboorte werd ik wakker, wetende ‘het is klaar, het is goed zo, het is tijd voor jou om geboren te worden.’ Ik bleek die middag zonder ene wee al 4 centimeter ontsluiting te hebben en mijn lichaam had slechts een klein zetje nodig om weeën te gaan krijgen. Uiteindelijk werd Thura heel vlot geboren, op zachte en liefdevolle wijze in bad.

Met 4 jaar en 3 maanden is Thura deze week opnieuw geboren. Ze had een klein zetje nodig, een helderende bemoedigende hand die haar vleugels kon helpen bevrijden uit haar cocon, om uit mijn energetische baarmoeder te stappen. Vanmorgen stond ze blij op, deed haar allermooiste jurk aan, vroeg ze wat ik op haar boterham ging smeren en wilde ze op haar eigen fiets naar school fietsen. Ze liep zelf de kring in om juffie een handje te geven en glimlachte liefjes toen ik haar afscheid van haar nam met een handkusje. Dag lieve grote kleine meid van me. Ik kijk er naar uit jou en je zus zo dadelijk weer op te halen.

 

Hoe zou mijn leven geweest zijn…

Vanmiddag reden we van Zutphen naar Den Haag. Het was alweer een paar maanden geleden dat we voor het laatst onze familie en vrienden hadden bezocht. Ik kijk altijd een beetje tegen de reis op. Bijna twee uur in de auto met vier kleine kindjes. En elke keer valt het weer mee. We waren de snelweg nog niet op of de auto reed gevuld met dromen van zoet slapende meisjes. Het was al met al een rustig autoritje.

Op de snelweg voorbij Utrecht dacht ik opeens terug aan mijn jonge kinderjaren. Ik herinnerde mij dat ik altijd van alles wilde, wat precies weet ik niet meer. Het zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met muziek maken, tekenen of andere creatieve uitspattingen. Ik weet mij nog wel goed te herinneren dat ik als klein meisje met twee breinaalden van mijn moeder aan het viool spelen was en met de stofzuigerslang aan het zingen. Ook weet ik nog goed dat mijn moeder een orgel had met bladmuziek en ik als vijfjarig meisje mijzelf noten leerde spelen. Muziek, lezen, tekenen, sport… Ik had zoveel interesses en het werd nooit gestimuleerd. Allemaal prachtige talenten, die nooit echt de kans hebben gekregen om tot bloei te komen.

‘Stel je voor’, zei ik tegen mijn partner, ‘dat ik als klein meisje wél de kans had gekregen om op muziekles te gaan of op een sport. Dat ik gestimuleerd zou worden om ergens heel bedreven in te gaan zijn. Hoe zou mijn leven geweest zijn als ik als klein meisje, verlangend naar uitdaging, wél op klarinetles was gezet?’ Terwijl deze vraag over mijn lippen rolde, zag ik mijzelf in een band op het podium de sterren van de hemel spelen en zag ik mijn kunstwerken al in New York hangen. Het kleine meisje blijft dromen…

‘Dan was je nu geen moeder geweest,’ antwoordde hij nuchter. Een mooier antwoord kon ik mij niet wensen.