Vol verlangen klopt mijn hart

Voor het raam sta ik naar buiten te turen. De lantaarnpaal aan de overkant van de weg werpt een spotlight in de duisternis. Een kat steekt over. Een zachte wind laat gele bladeren dansen over de verlaten weg. Ik zucht en probeer een paar sterren in de heldere hemel te ontdekken.

Ineens zijn daar luid piepende banden die de hoek om scheuren. Het maanlicht verraadt een zilvergrijs autootje. Door het open dak zie ik een… gouden staf en een… mijter?! Mijn ogen worden groot en mijn mond valt open. Ik roep mijn zusje.

‘Kom kijken! Snel! Daar zijn ze!’

‘Waar dan? Ik zie niks,’ zegt ze.

Samen kijken we naar buiten. Mijn ogen schieten van links naar rechts. Ik sta op mijn tenen en mijn ogen proberen een glimp op te vangen van de man wiens bestaan ik verwarrend vind. Diep van binnen weet ik dat Sinterklaas niet echt is, want hij draagt dezelfde schoenen als de gymmeester op school. Ook krijg ik nooit de cadeautjes van hem die op mijn wensenlijstje staan. Toch krijgt hij ieder jaar van mij weer de kans om te bewijzen dat hij bestaat. Al was het maar om het geschenk te krijgen waar ik heel mijn leventje al op wacht. Ik vermoed dat mijn schoentje te klein is om een papa in te stoppen.

We zien niets. Het duister overheerst.

‘Zullen we weer met de lego spelen?’ vraagt mijn zusje.

‘Ok.’

We bouwen een huis. Zowel het legopopje met ridderharnas als de brandweerman zonder hoofd krijgen een eigen slaapkamer. Een zwart paardje dat zijn hoofd niet meer omhoog kan krijgen is de waakhond. Bloemetjes fleuren de kleine vensterbankjes op. Hier in dit huis kan en mag alles.

Ineens wordt ons spel verstoord door luid gebonk op de voordeur en op het raam. Ik verstijf. De ridder valt uit zijn bed en de waakhond verstopt zich achter de hoofdloze brandweerman. Tranen prikken achter mijn ogen. Mijn hart bonkt in mijn borstkas. Mijn keel is dichtgeknepen. Stampend en schreeuwend wordt de deur naar de woonkamer opengegooid. Er komen twee pieten de kamer binnengestormd. Een paar pepernoten raken mijn hoofd. Er beginnen nog meer tranen te branden. Mijn zusje springt lachend in het rond en probeert zo veel mogelijk strooigoed te verzamelen. Ik probeer me staande houden tussen het oorverdovende geweld dat de kindervrienden veroorzaken. Uit de zak komen twee cadeautjes.

‘Deze is voor jou en deze is voor jou.’ Zonder dankjewel scheurt mijn zusje haar pakje open. Ik kijk omhoog naar de piet die voor me staat. In zijn nek zie ik witte vlekken.

‘Ohhh dankjewel Zwarte Piet! Kijk eens wat ik heb gekregen, Marjo! Stempels! Wat heb jij?!’ Ik pak rustig mijn cadeautje uit. Een barbie?! Ik kijk nog eens omhoog naar de piet en knijp mijn ogen tot spleetjes.

‘Dit cadeautje is niet voor mij. Ik houd niet van poppen en barbies. Sinterklaas weet dat. En waarom is je nek wit?’

Ik geef de barbie aan mijn zusje en loop weer naar het raam. Ik zucht en kijk naar buiten, naar de sterren in de hoop dat er eentje valt. In de hoop dat mijn verlangen volgend jaar wel bevredigd gaan worden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s