‘Noemde ik je ‘Marije’? Shit!’

Vanmorgen fietsten we voor het eerst naar school. Een prachtige route over de dijk langs de IJssel. Voor mij voelt het alsof ik me dan heel even in een schilderij bevind. Ik geniet hier met volle teugen van.

Behalve vandaag. Halverwege de dijk kwamen we een hardloper in een geel shirt tegen. Met grote ogen kwam hij ons tegemoet rennen. We fietsten op dat moment een beetje onhandig breed naast elkaar. Ik met de bakfiets aan de buitenkant, daarnaast Thura en Arnon met de moederfiets nog half aan de binnenkant. Ik probeerde een beetje opzij te gaan voor de hardlopende meneer. Hij had voldoende ruimte om rustig door te rennen. Opeens riep hij: ‘Pas op! Aan de kant!’ Voor mij was er te weinig ruimte om hier gehoor aan te geven. Maar toen ik zag dat hij zelf niet een stap opzij ging zetten en op mij zou gaan botsen, rukte ik het stuur naar rechts, waardoor Thura opzij werd geduwd en in Arnons fiets geslingerd werd. Mijn lieve kleine meid. Daar lag ze, helemaal overstuur te snikken. En die man? Die keek even achterom en rende zonder twijfel door. Ik vraag me nog steeds af wat die man bezielt. Waarom doet  iemand zoiets vreselijks? Arnon zei dat hij gewoon een ‘klootzak’ was. Het kan zijn dat de meisjes een nieuw woord hebben geleerd.

De terugreis was ook vreselijk. Dit keer twee uitgeputte kleuters die huilend en jammerend naar huis fietsten en beiden wat anders wilden. Ik wist op een gegeven moment echt niet meer wat ik kon doen. Arnon zei niets. Hij bleef achter ons fietsen. Ik had op dat moment hem eigenlijk wel nodig als reservevader. Dat hij iets leuks zou zeggen of doen, om de ellende wat lichter te maken. Er gebeurde niets. Wat zou hij op dat moment gedacht hebben? Thuis was alles snel weer vergeten, want oma Vos was op bezoek.

Vanmiddag ging Arnon een boterham met geitenkaas voor mij maken. Zora hing slapend aan mijn borst. Ik nam het spektakel waar. Eerst de kaas uit de verpakking krijgen. ‘Eh, hoe doe je dat?’ vroeg hij. ‘Met een mes of een schaar,’ zei ik. Toen de kaas bevrijd was uit het plastic wilde Arnon beginnen met plakjes kaas snijden met de kaasschaaf. ‘Misschien moet je eerst de zijkanten er van afhalen, het plastic.’ Dat ging iets makkelijker. Toch was Arnons hand ontzettend aan het trillen tijdens het afsnijden van de plakjes kaas. Is dat nu zo moeilijk? Zo inspannend? Of was hij heel zenuwachtig, omdat hij zo goed mogelijk die boterham voor mij wilde maken?

Vanavond kom ik tot de conclusie dat het laatste het geval moet zijn. Tijdens de ouderavond noemt hij mij ‘Marije’. Even later had hij dat door en zei: ‘Noemde ik je ‘Marije’? Shit!’ Ik zat er totaal niet mee. Arnon wel. Totdat hij naar bed ging heeft hij wel vier keer gezegd hoe vreselijk hij het vond, dat hij mij zo noemde. Hij schaamde zich. Waarschijnlijk ging hij zichzelf boven nog even kastijden. Arnon is een perfectionist. Tijdens het kringgesprek leerden we hoe zich dat kan uiten in het ouderschap. Als je kind vies is geworden tijdens het spelen en liever niet mee naar huis wilt nemen, omdat je auto schoon moet blijven, dan is het tijd voor zelfreflectie. Ik snap wel dat Arnon zijn kind in New York wil opvoeden. Daar zijn geen kaasschaven.

Reservepapa Arnon heeft iets zeer aandoenlijks. Hoe hij over de meisjes hun bolletje aait en vraagt of ze buiten willen spelen of een boekje willen lezen. Hoe hij de kaas schaaft, het vaatdoekje neerlegt (ligt hij zo goed?), hoe hij vraagt of hij nog iets kan doen, hoe hij stottert in de klas. Hij doet erg zijn best. Dat is erg lief. Maar hoe lang houd een reservepapa dat vol?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s