Het afscheid

Het zou zijn laatste mogelijkheid zijn. Nu of nooit. Nadat het bezoek vertrokken was zou de reservepapa gaan werken en daarna gaan slapen. Hij leek nog te twijfelen over welk bed hij zou nemen. Zijn beste vriendin adviseerde dat hij niet bij ons in bed moest gaan slapen. ‘Dat kan je die meisjes toch niet aandoen?’ had ze gezegd. Maar na zo’n intensieve week waarin het hart van Arnon steeds zich steeds meer opende voor de meisjes en andersom, zou hij het niet kunnen maken om de laatste nacht in de kinderkamer boven door te gaan brengen. Zijn laatste nacht als reservevader zou hij doorbrengen in het nest, op de plek waar de echte papa normaal gesproken ligt.

Mijn lijf ligt ’s nachts tussen Layla en Zora in met Thura bij mijn voeten. Ik word omringd door armen en benen, die mij meerdere malen uit dromenland slaan en schoppen. De meeste mensen kunnen het zich niet voorstellen dat ik zo kan slapen. Voor mij bestaat er niets heerlijkers dan in slaap vallen gesandwicht door warme kinderlijfjes. Ik ben dus heel wat gewend. Een wild omdraaiende reservevader op veilige afstand, daar lag ik niet wakker van. Helaas werden deze nacht wel drie meisjes ziek. Zeker zes keer heb ik over de reservevader moeten klimmen om spuugbakjes te legen en spuitpoep weg te vegen. Na de derde spuugbak riep ik: ‘Arnon, spuug. Help… Arnon…?’ De reservepapa was diep in slaap en niet wakker te krijgen. Af en toe leek hij verrassend veel op de echte papa.

En toen brak de dag van vertrek en weerzien aan. Het ontbijt voltrok enigszins stilzwijgend. Er was zo veel gedaan, beleefd en gezegd. Was er nog iets dat besproken moest worden?

‘Als we elkaar weer zien, gaan we dan een potje tafelvoetballen?’ vroeg  ik. Dat vond de reservepapa goed. De oermoeder en de reservevader blijken beiden zeer competitieve tafelvoetbalfanaten te zijn. Ik kan niet wachten op het moment dat ik hem in kan maken. Ik zie een gewaagde wedstrijd voor me vol spanning en rondvliegende zweetdruppels. Het blijft spannend tot het einde. En dan net voordat er een kind aan mijn rok gaat hangen maak ik het beslissende doelpunt.

Papa Rini mochten we aan het begin van de middag ophalen van het station en reservepapa Arnon vertrok rond dezelfde tijd. Thuis, in de woonkamer, vond de overdracht plaats. Het was heerlijk om de echte papa weer te zien stralen tussen al zijn meisjes. Ronja was niet van Rini’s nek af te slaan. Voor het eerst sinds een week lachten haar ogen weer. Het is altijd overzichtelijk als papa naar het buitenland gaat. Je neemt afscheid voor een afgebakende tijd en je weet dat je elkaar over 2 weken weer in de armen kan vallen. Afscheid nemen voor onbepaalde tijd voelt anders. Op de een of andere manier voelde ik me wat onbestemd en ging het loslaten gepaard met zowel een lach als een traan.

Een week de reservevader in huis heeft mij veel geleerd. Na jarenlang een wandelende baarmoeder te zijn geweest, heb ik ontdekt dat ook mijn hoofd een prachtig instrument kan zijn. Doordat ik de afgelopen week iedere dag verslag heb gedaan van de belevenissen, heb ik mijn denken weer aangezet, zonder dat ik mij er aan hoef te hechten. Als ik schrijf zet ik het denkknopje aan en als ik met mijn kinderen ben kan het knopje weer uit. Hoofd en baarmoeder hebben elkaar in het midden ontmoet. En het hart heeft beide nodig om te kunnen liefhebben.

We zwaaiden de reservepapa uit en lieten hem los. Hij verliet het vakantiepark en reed zijn eigen leven weer tegemoet.

 

Advertenties

Werkelijk alles went

Aan het begin van de week vroeg de reservepapa of hij ons een keer mee uit eten mocht nemen. In eerste instantie dacht ik dat hij een grapje maakte. Daarna dacht ik dat hij mijn eten niet lekker vond en dat hij meer inspiratie nodig had om over te schijven. Maar toen ik naar zijn serieuze gezicht keek, realiseerde ik me dat hij ons gewoon echt heel graag lief bedoeld mee uit eten wilde nemen, net zoals hij zijn petekind en beste vriendin altijd mee uit eten neemt. Vooruit dan maar.

Uit eten gaan. Dat doen Rini en ik eigenlijk het liefst niet met vier kinderen. Een lunch in het zeer kindvriendelijke Genietcafé gaat nog net. Wetende dat de meisjes niet stil kunnen zitten, gaan rondrennen, dingen van tafel rukken of met eten gaan gooien, zag ik mijzelf al totaal gestrest bij de Japanner zitten. De reservevader was en bleef de rust zelve. Was hij nu zo naïef of was ik zo bevooroordeeld? Zelfs toen we aan de gereserveerde tafel schoven en wachtten op mijn vroedvrouw-vriendin Laura en Arnons eerste gezin (zijn beste vriendin en petekind), en Ronja inmiddels op de bestelPad van alles had ingetoetst en de andere drie meisjes over tafels en stoelen klauterden, zei Arnon met kalme stem: ‘Ga maar op je billen zitten.’

Mijn bijnieren waren inmiddels al flink begonnen met het afscheiden van cortisol. Ik voelde mijn bloeddruk stijgen en mijn poriën openden zich om mijn warmte af te voeren. Ik begon nog net niet te hyperventileren. ‘Ik heb er nu al spijt van,’ zei ik tegen de reservepapa die nog altijd rustig op zijn stoel zat en af en toe een kind van tafel plukte of voor de voeten van een serveerster wegsleepte. ‘Het gaat toch goed?’ probeerde hij mij gerust te stellen. Voor het eerst deze week werd de moeder uit haar comfortzone gehaald.

Laura kwam binnen. Mijn redster in nood. Mijn voor eeuwige vroedvrouw arriveerde om mij rustig door dit etentje heen te laten puffen. Het moment dat ik haar zag voelde ik mijn lichaam al rustig worden. De eerste gerechtjes verschenen en al gauw zaten de meisjes rustig te eten. Wel drie minuten lang. Zora zat bij Arnon op schoot, zoals wel vaker deze week. Arnon bekende dat hij verliefd is geworden op Zora. Dat kan ook niet anders. Zo’n lief, onbevangen, puur, altijd vrolijk aapje. Ik heb de reservepapa geen enkele keer horen mopperen over de yoghurt-, snot- en kwijlvlekken op zijn gestreken overhemden, waar Zora hem dagelijks mee besmeurt. Hij omarmt ze als waardevolle geschenken en trekt iedere dag wat schoons aan. Nu begrijp ik waarom hij zo’n enorme koffer mee naar ons huis had gesleept.

Halverwege het tweede rondje sushi waren de meisjes al klaar met eten, terwijl Laura, Arnon en ik nog rustig aan het genieten waren. ‘Zijn jullie nu al klaar?’ vroeg de reservevader. De meisjes stonden op het punt de boel weer te gaan afbreken, toen er opeens een onzichtbare engel op mijn schouder tikte en wees naar een muur vlakbij onze tafel. Ik zag een kleurrijke muur, anders dan de rest van het interieur en ik had de hoop dat daar een kinderhoekje verscholen zat. En ja hoor, halleluja! Inmiddels was Arnons eerste gezin ook aangeschoven. De kinderen konden spelen, terwijl de grote mensen rustig verder konden tafelen.

Zo werd het uit eten gaan met vier kleine kinderen tegen alle verwachtingen in een heel gezellig uitje. Ronja en ik bedachten dat we dit ook eens zouden gaan doen met de echte papa. De week is voorbij gevlogen. De wildvreemde schrijver transformeerde in een paar dagen tot zeer toegewijde reservepapa. Iemand die zo lief is en blijft, ondanks het genegeerd worden door Ronja, ondanks al het bijten en slaan van Thura, ondanks al het geklim en geklauter van Layla en de vlekken van Zora, kan je onmogelijk geen bijzonder plekje in je hart geven. Werkelijk alles, maar dan ook alles went. Zelfs Arnon Grunberg als reservevent.

 

 

 

 

‘Dat mag je niet doen. Anders ga ik je aaien.’

Het blijft voor mij een fascinerend fenomeen: de manier waarop mensen feiten interpreteren. Ik liep met de bakfiets over de markt. Layla was moe, miste Ronja en was hard aan het huilen. ‘Heeft ze je weer geknepen?’ hoorde ik een man tegen Layla zeggen. Dit was natuurlijk als grapje bedoeld. Ik glimlachte naar de man. Het was een reflex. Ondanks ik de stukjes die Arnon nu over zijn reservevaderschap niet lees, word ik toch beïnvloed door de reacties van mijn omgeving. Arnon beschrijft feitelijk wat er gebeurt en wat hij waarneemt. Met alle ruimte voor de lezer om er gevoelens bij te ervaren. Op de een of andere manier zijn wij mensen geneigd feiten over onszelf zo nadelig mogelijk te interpreteren.

Vanmorgen voelde ik geen verbinding met mijn partner. Hij reageerde niet meteen op mijn sms en ik werd onzeker. Ik had het gevoel dat er iets over hem was geschreven. Dus ik sms’te een lieve vriendin van mij met de vraag of er iets over de echte papa was geschreven. Ze stuurde mij een quote. Oeps, ja. Dat is niet leuk om te lezen. Zeker omdat er slechts één zin uit een heel gesprek is opgeschreven en mijn uitspraak uit de context was gehaald. Dan kan iets heel anders overkomen dan het is bedoeld. Ik gaf mijn vriend de context erbij om zijn leed te verzachten. Zo blijkt het hele reservevaderschap bij mijn naaste dierbaren toch het een en ander los te maken. En bij mij zelf uiteraard ook.

Een uitstapje naar de kinderboerderij deed mij uit mijn hoofd stappen en genieten van het moment. Het is prachtig om te zien hoe Zora de dieren zonder angst en totaal onbevangen tegemoet treedt. Ze trekt de bekertjes voer uit de handen van Layla en Thura en eet samen met de geiten en de kipjes gedroogde maïskorrels. Ook de kalfjes Fedde en Meiske, die toch al behoorlijk sterk zijn, krijgen een lief aaitje. De reservepapa aait mee. Het valt mij op dat hij de geitjes en de kalfjes net zo aait en toespreekt als de meisjes. Als Arnon na deze week zijn kinderwens gaat verliezen, kan hij zijn vriendin altijd nog een huisdier schenken.

Na de kinderboerderij en een snelle stop bij de supermarkt hebben we nog tijd over voordat we Ronja van school moeten halen. Op naar de natuurspeelplek, waar we een voorgesneden boterham met voorgesneden plakjes geitenkaas eten. Zo kan het dus ook. Thura begint weer op de rug van Arnon te klauteren. Zijn nek mag niet, dat komt te dicht in de buurt van zijn bril. ‘Nee, blijf van mijn bril af! Niet mijn bril.’ Ik voel een warme glimlach van binnen, denkend aan de echte papa die ook zo zuinig op zijn bril is. Thura luistert niet. ‘Je moet nu stoppen. Dat mag je echt niet doen, anders ga ik je aaien! Een hele minuut.’ Zo langzamerhand leert de reservevader door middel van geweldloze communicatie grenzen aan te geven.

Na een picknick aan de IJssel werd het al gauw weer bedtijd. Maar voor die tijd moesten er nog een paar boekjes voorgelezen worden. Door mama dit keer. Arnon ruimde de vaatwasser in. Daarna verdween hij naar boven. Terwijl ik ‘Meneer René’ voorlas hoorde ik Layla zeggen dat ze moest plassen. ‘Ga maar naar de wc!’ riep ik en ik las verder. Kort daarna kwam Zora bij mij op schoot zitten en opeens begon het naar poep te ruiken. De luier is schoon. Waar kwam de poepgeur vandaan? Thura, Ronja en ik keken om ons heen. Dan zie ik achter Meneer René Layla staan met een onderbroek in haar hand. ‘Layla, heb jij net gepoept?’ Ze draait zich om en ik zie dat haar beentje vies is. Ze heeft zelf haar billen proberen af te vegen. Dat vond ik erg lief van haar. Zelf de billen afvegen, zodat mama verder kan lezen. Ik loop met haar mee naar de wc om haar schoon te maken. Tot mijn grote schrik zie ik dat Layla niet IN de wc heeft gepoept, maar VOOR de deur van de wc en de deur heeft het inmiddels flink in het tapijt gewreven. Weer volgt een reflex: ‘Aaaaaarnooooooon!!! Een reservepapaklus!!!!’ Ik zet Layla onder de douche en zonder enige opmerking of interpretatie van de poep op het tapijt maakt Arnon het schoon. Het is een gave, de wereld waarnemen als puur feiten. Poep op de grond en schoonmaken. En hoe iemand dat dan weer interpreteert is subjectief en daar heeft zowel de poeper als de schoonmaker niks mee te maken.

 

 

 

 

 

Ontluikend vaderschap

Met opgedroogde tranen op mijn gezicht werd ik wakker. Een verdrietig gevoel galmde na in mijn hoofd, hart en buik. Ik wist precies wat ik nodig had. Tijdens het ontbijt deelde ik mee dat mama straks naar yoga zou gaan. Thura begon meteen te huilen. Ze mocht kiezen of ze met Arnon en haar twee kleine zusjes weer naar huis zou gaan, nadat Ronja naar school was gebracht, of dat ze naar de binnenspeeltuin gingen. Ze koos voor het laatste. Ik had een beetje medelijden met Arnon, want de binnenspeeltuin is eigenlijk niet een plek waar je vrijwillig heen gaat. Ook reservepapa’s moeten zich opofferen.

Helemaal zen van de fijne yogales werd ik verenigd met mijn drie dochters en de reservepapa. Ze zagen er allen blij en tevreden uit. Arnon vertelde dat Zora zo lief was. Ik vroeg hem wat dat met hem deed. Hij legde uit wat Zora’s handelingen waren geweest. ‘Ja en wat VOEL je daar dan bij?!’ Arnon antwoordde: ‘Gewoon liefde natuurlijk.’

Gewoon liefde natuurlijk. Het lijkt er op dat de reservepapa een beetje van de meisjes begint te houden. Vandaag kwam er een pakje van een uitgeverij met een enorme stapel kinderboeken. Arnon was blijkbaar door onze voorraad boekje heen en wil zich blijven verbinden met de meisjes. Thura probeert af en toe een stoeipartij uit te lokken. Maar dat is nog iets te fysiek voor hem. Al is er voor het slapen gaan nog wel even gekieteld. Dat was noodzakelijk. Thura hing om de nek van de reservevader, knuffelde hem plat en zei: ‘Je bent stom.’ Na een minuut probeerde Arnon zich los te wurmen. Na 5 minuten gooide hij haar voor echt de állerlaatste keer in bed en na 10 minuten moest er dan toch maar even gekieteld worden. Uiteindelijk trad ik wat strenger op en mijn aapje, dat door het dolle heen was, rukte ik van hem af. ‘Mama zegt dat het klaar is. Luister naar mama. Mama is de grote baas,’ zei de reservepapa. Het vaderlijk gezag is nog ver te zoeken.

‘Jij mag hier liggen,’ zei Ronja wijzend naar de plek waar zij de weken daarvoor lag. Ze had zowaar plek gemaakt voor de man die probeerde haar reservevader te zijn. Ronja opent zich heel langzaam en bedachtzaam voor hem. Naast hem aan tafel zitten is inmiddels geen probleem meer, maar bij hem op schoot klimmen om naar een boekje te luisteren zie ik haar deze week niet meer doen. Ik voelde dat Ronja’s woorden iets in hem raakte en hij beloofde dat hij voordat hij weer weg zou gaan, één keertje naast haar zou gaan slapen. Arnon mag van mij alleen maar in ons nestje komen slapen als hij voelt dat hij echt geeft om de meisjes, niet omdat het leuk is voor zijn experiment. Tot nu toe ligt hij boven met Winnie de Pooh en de Kleine Zeemeermin.

Tevreden zaten we met een kopje thee op de bank toen alle meisjes weer naar dromenland waren vertrokken. Zoals ouders dat doen, bespraken we de kinderen kort een voor een en hadden we het over morgen en andere dingen. Beetje bij beetje begin ik iets meer Arnon te zien. En ook de vader die hij ooit voor zijn eigen kind zou kunnen zijn. Het heeft iets heel moois, het ontluikende vaderschap. Misschien begin ik volgend jaar wel een Vaderschool.

IMG_2393

‘Ben je me zat?’

We stapten voor de school van de fiets af en keken elkaar moeilijk aan. ‘Doen jouw billen ook zo’n pijn?’ Ik weet niet meer wie de vraag stelde, want voor beiden gold ‘ja’. De kater van de ouderavond. Iets met houten kleuterstoeltjes, een korte nacht en zere zitbotjes. Het ouderschap heeft zo zijn uitdagingen. De reservevader zag er vanmorgen behoorlijk uitgeput uit. En dat is maar goed ook. Stel je voor dat hij uitgerust naar huis gaat aan het einde van de week…

De ochtend bracht ik alleen door met kleine Zora. Ronja en Thura waren op school en Layla speelde bij haar vriendje Karel. Ik had behoefte om even mijn eigen ruimte in te nemen. De deur naar de gang ging dicht en de woonkamer was heel even helemaal alleen van mij. Ik danste met Zora op heerlijke muziek. Ik kietelde haar buikje, kuste haar wangen en voor heel even bestonden alleen zij en ik. ‘Ben je me zat?’ vroeg Arnon toen ik naar boven was gelopen om te zeggen dat ik Layla zou gaan ophalen. ‘Als je genoeg van me hebt zeg je het toch wel?’ Het was niet zo zeer dat ik genoeg had, ook zeker niet te weinig. Het was eigenlijk wel prima. Toch wilde ik even in mijn eigen bubbel zitten. En dat mag. Moeders mogen dat. Sterker nog, ze hebben dat nodig.

’s Middags had ik het ook wat rustiger. Arnon zat namelijk met Ronja, Thura en aanstaande schoonzoon Leonard in een fluisterbootje voor een romantisch tochtje door de grachten van Zutphen. Ik was thuis met Layla en Zora en kookte op mijn gemakje een groentencurry. De dag verliep eigenlijk heel gemoedelijk en rustig. Totdat alle meisjes sliepen.

Ik opende mijn laptop om te beginnen aan dit stuk en toen las ik een bericht van mijn moeder. Ze was niet blij dat Arnon over haar geschreven had. Het raakte me diep wat ze schreef. Ik voelde haar pijn, haar verdriet en onvermogen. Dat deed me zeer. Ik wist niet wat Arnon had geschreven (we lezen elkaars stukken niet), maar ik kon me bijna niet voorstellen dat hij zulke gemene dingen had geschreven. En als hij al iets schrijft over mijn moeder, dan is dat echt niet om haar te pesten. Ik deelde met hem wat er gebeurd was en ik moest huilen. Hij vertelde wat hij had geschreven en ik kon er niet boos om worden. Sterker nog: ik vond het mooi, want het is waar wat ik heb gezegd. Wat ik Arnon vertel over vroeger, dat zijn slechts schimmen en herinneringen van toen. Vandaag de dag betekenen ze niets meer voor mij. Toch raakt het mij wel dat het mijn moeder pijn doet. Wat voor mij verhalen zijn, blijken voor mijn moeder oude wonden die opengereten worden. In gedachten maak ik ze schoon, verzorg ik ze en plak ik er pleisters op. En ik hoop dat als ik er nog een kusje op doe, de pijn dan snel wegtrekt…

‘Vind je het ongemakkelijk als iemand huilt?’ vroeg ik Arnon. ‘Maak je vaak vrouwen aan het huilen?’ Er volgt een gedistantieerd antwoord. Ik hoor niet echt wat hij zegt. Mijn hoofd is vol. Ik heb behoefte aan voelen. Alleen maar voelen en alleen maar zijn. Nu ben ik hem toch wel even zat. Vanavond ga ik, net als Ronja gisteren deed, mijzelf in slaap huilen. We missen de echte papa.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Noemde ik je ‘Marije’? Shit!’

Vanmorgen fietsten we voor het eerst naar school. Een prachtige route over de dijk langs de IJssel. Voor mij voelt het alsof ik me dan heel even in een schilderij bevind. Ik geniet hier met volle teugen van.

Behalve vandaag. Halverwege de dijk kwamen we een hardloper in een geel shirt tegen. Met grote ogen kwam hij ons tegemoet rennen. We fietsten op dat moment een beetje onhandig breed naast elkaar. Ik met de bakfiets aan de buitenkant, daarnaast Thura en Arnon met de moederfiets nog half aan de binnenkant. Ik probeerde een beetje opzij te gaan voor de hardlopende meneer. Hij had voldoende ruimte om rustig door te rennen. Opeens riep hij: ‘Pas op! Aan de kant!’ Voor mij was er te weinig ruimte om hier gehoor aan te geven. Maar toen ik zag dat hij zelf niet een stap opzij ging zetten en op mij zou gaan botsen, rukte ik het stuur naar rechts, waardoor Thura opzij werd geduwd en in Arnons fiets geslingerd werd. Mijn lieve kleine meid. Daar lag ze, helemaal overstuur te snikken. En die man? Die keek even achterom en rende zonder twijfel door. Ik vraag me nog steeds af wat die man bezielt. Waarom doet  iemand zoiets vreselijks? Arnon zei dat hij gewoon een ‘klootzak’ was. Het kan zijn dat de meisjes een nieuw woord hebben geleerd.

De terugreis was ook vreselijk. Dit keer twee uitgeputte kleuters die huilend en jammerend naar huis fietsten en beiden wat anders wilden. Ik wist op een gegeven moment echt niet meer wat ik kon doen. Arnon zei niets. Hij bleef achter ons fietsen. Ik had op dat moment hem eigenlijk wel nodig als reservevader. Dat hij iets leuks zou zeggen of doen, om de ellende wat lichter te maken. Er gebeurde niets. Wat zou hij op dat moment gedacht hebben? Thuis was alles snel weer vergeten, want oma Vos was op bezoek.

Vanmiddag ging Arnon een boterham met geitenkaas voor mij maken. Zora hing slapend aan mijn borst. Ik nam het spektakel waar. Eerst de kaas uit de verpakking krijgen. ‘Eh, hoe doe je dat?’ vroeg hij. ‘Met een mes of een schaar,’ zei ik. Toen de kaas bevrijd was uit het plastic wilde Arnon beginnen met plakjes kaas snijden met de kaasschaaf. ‘Misschien moet je eerst de zijkanten er van afhalen, het plastic.’ Dat ging iets makkelijker. Toch was Arnons hand ontzettend aan het trillen tijdens het afsnijden van de plakjes kaas. Is dat nu zo moeilijk? Zo inspannend? Of was hij heel zenuwachtig, omdat hij zo goed mogelijk die boterham voor mij wilde maken?

Vanavond kom ik tot de conclusie dat het laatste het geval moet zijn. Tijdens de ouderavond noemt hij mij ‘Marije’. Even later had hij dat door en zei: ‘Noemde ik je ‘Marije’? Shit!’ Ik zat er totaal niet mee. Arnon wel. Totdat hij naar bed ging heeft hij wel vier keer gezegd hoe vreselijk hij het vond, dat hij mij zo noemde. Hij schaamde zich. Waarschijnlijk ging hij zichzelf boven nog even kastijden. Arnon is een perfectionist. Tijdens het kringgesprek leerden we hoe zich dat kan uiten in het ouderschap. Als je kind vies is geworden tijdens het spelen en liever niet mee naar huis wilt nemen, omdat je auto schoon moet blijven, dan is het tijd voor zelfreflectie. Ik snap wel dat Arnon zijn kind in New York wil opvoeden. Daar zijn geen kaasschaven.

Reservepapa Arnon heeft iets zeer aandoenlijks. Hoe hij over de meisjes hun bolletje aait en vraagt of ze buiten willen spelen of een boekje willen lezen. Hoe hij de kaas schaaft, het vaatdoekje neerlegt (ligt hij zo goed?), hoe hij vraagt of hij nog iets kan doen, hoe hij stottert in de klas. Hij doet erg zijn best. Dat is erg lief. Maar hoe lang houd een reservepapa dat vol?

Gerust hart

Het is mooi om te zien hoe reservepapa Arnon zich vol overgave op zijn reservekinderen stort. Vanmorgen genoten de kinderen van een voorleesmarathon. Met een gerust hart liet ik ze bij hem achter, toen ik even onder de douche sprong. Sommige kinderen zijn verslaafd aan computerspelletjes of snoep. Mijn kinderen zijn verslaafd aan boeken. Elk moment van de dag willen zij wel een boekje lezen. Je zou ze er ’s nachts misschien zelfs wel wakker voor kunnen maken. Dit is een fantastische uitkomst voor Arnon. Als hij contact wil maken met de meisjes, hoeft hij alleen maar te vragen of ze een boekje willen lezen. Er werden vandaag veel boeken gelezen.

En het is ontroerend om te zien hoe mijn meisjes zich vol overgave op hun reservepapa storten. Kleine Zora blijft maar vrolijk zijn en lachen. Layla wilde vanmorgen getild en gedragen worden tijdens de korte wandeling naar de IJssel. Thura beklimt en bespringt Arnons rug zodra ze de kans krijgt (ik geloof dat zijn rug daar nog even aan moet wennen) en mijn grote Ronja heeft iets meer tijd nodig. Maar ze wil inmiddels wel naast hem aan tafel zitten. En hij mag ook wel naast haar in bed komen liggen, op voorwaarde dat hij niet teveel plek inneemt. ‘Ik wil wel lekker kunnen blijven liggen,’ zei ze. ‘Mijn echte papa is veel leuker,’ zei ze tijdens het avondeten. ‘Gelukkig maar’, zei Arnon.

Tijdens de lunch moest ik om de reservepapa lachen. ‘Wat is jullie lievelingseten?’, vroeg hij de meisjes. We hoorden drie keer ‘pizza’ door de kamer galmen. ‘En wat is jouw lievelingseten?’, vroeg ik hem, met in mijn achterhoofd dat ik dat dan een keer wilde koken deze week. ‘Ik bestel meestal een simpele pasta met rode pepertjes, olijfolie en knoflook,’ antwoordde Arnon. Even zag ik in gedachten hem alleen in zijn favoriete restaurant in New York zitten. Met een boek, zijn telefoon, een glas wijn en zijn lievelingseten. Zijn comfort zone. En nu, met vier meisjes en hun moeder, aan een soepje met maïswafels in zonnig Zutphen. Hoe oncomfortabel kan het leven van een reservevader zijn…

Iedereen lijkt wat te wennen aan deze bijzondere situatie. De vuurdoop is geweest, letterlijk. Arnon leerde vandaag, dat hete thee en baby’s niet samen gaan. En een baby alleen op een houten bankje zonder rugleuning neerzetten is ook niet handig.* Als een kind van de trampoline valt til je het op en troost je het. Een tik van Thura betekent stiekem ‘ik vind je aardig.’ En een baby kan best zelf de trap opklimmen.

Hij is vooral gericht op de meisjes. Hele huishouden gaat een beetje langs hem heen en dat is ok. Ik vind dat de belangrijkste taak van een ouder is om er te zijn voor je kind. Dan kan je de boel af en toe best de boel laten als ‘Agent en Boef’ hoognodig weer eens voorgelezen moet worden. Bovendien kan mama de vaat doen.

*Aan het einde van de dag zijn alle kinderen zonder ernstige schade heerlijk in slaap gevallen.