Een reis door het heelal en weer terug naar hier en nu

De eerste nacht als moeder van vier dochters verliep met ogen vol ongeloof open. Wat een onmetelijke rijkdom, wat een gelukzalig gevoel: vier gezonde dochters. En wauw, die heb ik toch maar even allemaal binnen 4,5 jaar ongeschonden op de wereld gezet. Ik voelde diepe dankbaarheid en verwondering voor het leven, mijn leven en alle zegeningen die ik tot nu toe heb mogen ontvangen. Rond 6 uur gaan er meer oogjes open. Ik zal Layla’s eerste woorden van die dag en de manier waarop ze die spreekt nooit vergeten. ‘Baby! Baby! Baby!’ En ze wijst met een hemelse blik en glimlach naar kleine Zora die aan de borst ligt.

Een uurtje later is iedereen op. Laura was blijven slapen en maakt een heerlijk verwarmende pap. Dit ontbijtje is het laatste voedsel waar ik nog van kon genieten. Deze ochtend was ik nog vrij wakker door alle oxytocine en adrenaline. Ik genoot intens van de nieuwe gezinssamenstelling. In de loop van de dag verloor ik mijn eetlust en ’s avonds was ik volledig gevloerd. Ik werd ontzettend moe en kreeg daarbij ook naweeën. Vroeg dook ik met Layla en Zora het bed in. Echter van slapen kwam niet veel ook deze nacht, van maandag op dinsdag. De naweeën maakten mij om de tien minuten wakker. Ook de gehele dinsdag en woensdag ging dit door. Ik lag opgekruld op de bank of in bed met een kruik en wilde met rust gelaten worden. Van slapen kwam weinig terecht. Ik wilde weinig tot niks eten en voelde me leeg en futloos. Het was een vreemde gewaarwording: de weeën vóór de bevalling waren zo welkom, duurden niet lang en brachten binnen enkele uurtjes mijn dochter. De weeën ná de bevalling… Ze duurden lang en er leek geen einde aan te komen…

Donderdagochtend: Zora’s vierde nachtje bij ons was rustig verlopen en het was tijd voor haar eerste badje. De drie zussen zaten op een mini tribune toe te kijken. Af en toe ruziënd wie op welke rang mocht zitten. Daarna gingen de meiden weer naar de gastmoeder, mijn vriend moest naar Haarlem en ik was alleen thuis met Zora totdat Laura er weer zou zijn. Ik voelde me weer wat beter en ontving zelfs nog een vriendin die Zora wilde komen bewonderen. Tijdens dit bezoek voelde ik dat de naweeën weer begonnen, helaas. En toen deze vriendin weer was vertrokken voelde ik me opeens ziek worden: mijn temperatuur begon te stijgen. Ik kon opeens niks meer. Ik ging op de bank liggen onder een paar dekentjes, Zora dicht bij me en ik wachtte op Laura. Rond 11 uur was ze er en ze zag en voelde meteen dat ik ziek was. We praatten nog wat over mijn lichaam. Hoe hard het de afgelopen jaren heeft gewerkt, hoeveel het heeft gedragen en hoe uitgeput het nu is. Dat het nu rust, liefde en aandacht nodig heeft. Nadenken en praten kostte me eigenlijk al teveel moeite. Ik ging in bed liggen.

In bed maakte ik de meest bizarre dingen mee. Met mijn ogen dicht vloog ik langs sterrenstelsels, naar verre planeten en ontmoette ik vreemde wezens. Ik werd aan alle kanten geheeld door engelen, elfjes, goden en godinnen. Met mijn ogen open zag ik grote Zora de trap oplopen en moest ik hard huilen van ontroering. Ze wist dat ik ziek was en ik was in de veronderstelling dat ze meteen in de trein was gesprongen om ons te komen helpen. Toen even later Laura van de trap af kwam moest ik nóg harder huilen van teleurstelling. Ik was overduidelijk aan het ijlen. Ik voelde me ellendig, onbeschrijflijk ellendig eigelijk. Uit iedere porie stroomde zweet. Mijn hoofd was aan het bonken, mijn oren suisden, mijn hart klopte bijna mijn hals uit. Ik kon amper nog reageren op mijn omgeving… Op een gegeven moment kreeg ik een soort van koorts/paniekaanval. Ik dacht werkelijk dat ik dood ging en dacht aan mijn dochters. Ik riep: ‘Laura! Laura! Ik heb het zo heet. Ik trek het niet meer!’ Laura wikkelde koude lappen om mijn onderbenen en legde een nat washandje op mijn hoofd. Vriendin Kiki was er inmiddels ook en ze dachten samen na over stappen die we konden ondernemen om dit ziek zijn te verlichten. Homeopathie kwam voorbij, tinctuur van de placenta van Thura, niks doen… Het kon mij eigenlijk allemaal niet meer schelen wat er werd gedaan, áls er maar iets werd gedaan. Laura was in de veronderstelling dat ik geen kraamvrouwenkoorts kon hebben, omdat het huis niet ondraaglijk stonk naar rottende baarmoeder. Maar wat was er dan met mij aan de hand?! Toch maar eens mijn temperatuur meten: 40.2. Oeps, dat is best hoog. En nu? Wat gaan we nu doen?! Intussen zweet ik hier het bed verder nat. Vroedvrouw Tanja zie ik in gedachten. Tanja… Lieve wijze Tanja, zij zou ongetwijfeld weten en voelen wat ik heb. Ik vroeg Laura of ze Tanja wilde bellen om te overleggen. Na het beeld van Tanja zag ik het beeld van een ziekenhuis en eigenlijk wist ik dat dát de plek was waar ik moest wezen.

Laura had gesproken met Tanja en de conclusie was toch kraamvrouwenkoorts. Je kan op verschillende wijze een infectie krijgen en je baarmoeder hoeft niet ondraaglijk te ruiken… Het idee om dit thuis uit te zieken was geen optie. Mijn lichaam gaf heel duidelijk een grens aan, wilde hulp en wilde vooral snel beter worden voor de meisjes! Dus: hup naar het ziekenhuis. Dé plek die ik het liefst vermijd, omarmde ik nu met heel mijn hart. Het was even slikken om Ronja, Thura en Layla thuis achter te moeten laten. Gelukkig is het ziekenhuis tien minuutjes fietsen en mochten ze meteen de volgende ochtend mij komen opzoeken. Maar wel met de grootste ballon!

Veel mooie verhalen over het ziekenhuis had ik nog niet gehoord. Mijn hoge lichaamstemperatuur (inmiddels 40.4) had als voordeel dat ik (bijna) nergens aan kon denken. Ik vond het even erg spannend toen ik na de antibiotica en de paracetamol de trombosespuit weigerde. Ik houd al niet van spuitjes en overbodige spuitjes hoef ik helemaal niet in mijn lijf. De verpleegster was spuitjesweigeraars klaarblijkelijk niet gewend, moest ook even slikken maar respecteerde mijn keuze. Laura en Kiki bleven nog een paar uurtjes aan mijn bed zitten en hebben nog vreselijk hard om mij gelachen. Door de antibiotica kreeg ik namelijk meteen heftige diarree en ze zagen mij keer op keer met mijn ijlende koortshoofd en afgezakte rok, kreunend het bed uit strompelen, steunend aan het infuuskarretje, richten toilet bewegen. Ze zeiden dat ze mijn ‘Ma Flodder-kant’ opeens zagen en vonden mij heel lief. Ik vond hen even niet lief en op de wc zat ik dit een paar keer te overpeinzen. Mijn conclusie aan het einde van alle toiletgangen was dat ik geen ‘Ma Flodder’ was, maar dat dit de ‘Oer-aap’ in mij was en dat ik simpelweg een voorbeeld ben voor alles wat er mag zijn 🙂

In het ziekenhuis kwam ik niet meteen tot rust. Slapen lukte heel slecht. De eerste nacht had ik het opeens vreselijk koud en lag ik te k-k-k-klappertanden onder drie dekens met een kruik. De tweede nacht lag ik weer heel erg te zweten. De derde avond vond ik dat ik eens moest gaan slapen. Ik had bijna een week amper geslapen (en amper gegeten) en ik bleef maar vreemde beelden zien. Ik durfde mijn ogen niet te sluiten, want dan kwamen er weer beestjes, grote ogen, vulkaanuitbarstingen, caleidoscopische waanbeelden… Ik moest iets verzinnen waar ik blij van werd, maar er kwam niets. Uiteindelijk greep ik naar mijn telefoon en ben ik foto’s en filmpjes gaan kijken van mijn meisjes. En dat was juist wat ik nodig had! Die lieve stoute kaboutersnoetjes… Wat voelde ik opeens hun gemis! Huilend bekeek ik beeld naar beeld. Tranen stroomden en stroomden, vanuit mijn tenen. Door het huilen voelde ik dat ik iets meer in mijn lichaam zakte en ik werd mij er dus ook bewust van dat ik niet helemaal in mijn lichaam zat, oftewel dat ik zo open stond dat er allerlei onwenselijke beelden binnenkwamen. Ik dacht werkelijk even dat ik psychotisch aan het worden was. Maar mijn meisjes brachten mij in het hier en nu, in mijn lijf, zoals ze dat eigenlijk altijd doen. Huilend viel ik in slaap.

En huilend werd ik wakker. Jeetje, wat miste ik thuis. Gelukkig mocht ik het einde van die zondagochtend van het infuus af en kon ik de antibioticakuur thuis afmaken. Weer thuis in de gezellige gezinschaos duurde het zeker nog een week voordat ik weer een beetje mijzelf werd. Vermoeidheid, buikpijn, spruw en neerslachtigheid maakten langzamerhand weer wat meer plaats voor eetlust, slaap en genieten. De ziekenhuisopname heeft mij veel gebracht en ik ben dankbaar voor deze ervaring. Een volgend blog zal ik hier nog aan wijden. Nu, twee weken na ziekenhuisontslag, voel ik me weer fijn in mijn lijf en is mijn spirit er weer. Ik fiets vrolijk met drie dochters in de bakfiets en een op mijn buik rond en geniet 🙂

 

 

 

 

Advertenties

4 gedachtes over “Een reis door het heelal en weer terug naar hier en nu

  1. nellievandeth

    Marjolein je bent zo’n fantastische en bijzondere vrouw, ik vind je verhaal helemaal geweldig en heb groot respect voor je. Dat je meisjes je zo op de wereld houden, prachtig! het is heerlijke dat jij hun moeder bent en dat ze zich kunnen ontwikkelen in jullie gezin.
    Binnenkort verheuis ik naar zee, maar ik blijf verbonden via de zussen, en jou voel ik ook echt als een fijneoermoedersjamanenzus.
    Love and enjoy your life, it’s yours.

    Liked by 1 persoon

    1. Lieve ‘Grandmother’ Nellie,

      Heel veel dank voor je lieve en mooie woorden. Je mooie aanwezigheid gaan we missen in Zutphen. Uit het oog, maar verbonden via het hart (en natuurlijk via facebook 🙂 )

      Alle liefs voor jou sjamanensister!

      Like

  2. Pingback: Liefde voor het leven – nehalenia

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s