Voor mij is het net zo normaal als ademen

Zes jaar geleden werd mijn eerste dochter geboren, thuis in bad. Ik zie nog zo voor me hoe dat pasgeboren snuitje heen en weer snuffelde en instinctief op zoek ging naar mijn borst. Als kersverse moeder gaf ik hier gehoor aan en hielp mijn dochter een handje om haar voor de eerste keer te laten drinken.
Tot op de dag van vandaag verwondert het mij hoe een vrouwenlichaam in staat is veilig en liefdevol geboorte te geven aan een perfect mensje en vervolgens als vanzelf te laten groeien met alleen borstvoeding. Inmiddels ben ik een gezegende moeder van vier dochters, die allen zo lang en zo vaak borstvoeding kregen als ze wilden. Mijn jongste van anderhalf drinkt nog steeds wanneer zij en ik dat beiden nodig vinden. En dat kan echt overal gebeuren. Zo geef ik overal borstvoeding: op een rondvaartboot door de grachten van Amsterdam, in het Groninger Museum, in een theater, op het Binnenhof, tijdens een begrafenis, op het strand, terrasjes, restaurants, een schoenenwinkel…
Overigens werd het bij de laatstgenoemde winkel onlangs niet getolereerd, wat mij verbaasde en misschien zelfs wel shockeerde. Volgens mijn partner zijn er vaker vreemde blikken op ons gevallen wanneer ik ergens borstvoeding gaf. Echter is dit mij zelf nooit opgevallen. Het is altijd vanzelfsprekend geweest om te voeden waar en wanneer dat nodig was. Ik voel ook die vrijheid, omdat borstvoeding voor mij net zoiets normaals is als ademen.
Dat andere mensen er toch nog steeds heel anders tegenaan kijken werd mij enkele weken geleden duidelijk door het akkefietje in de schoenenwinkel. Ook al kan ik rationeel begrijpen waarom mensen tegen borstvoeding in het openbaar zijn, gevoelsmatig snap ik er geen snars van. Onze borsten zijn gemaakt om borstvoeding te geven. Moedermelk bevat afweerstoffen, vitamines, mineralen, vetten, eiwitten, koolhydraten, rustgevende hormonen en is volledig afgestemd op de behoeftes van je kind. Naast fysieke voldoening levert het geven van borstvoeding een grote bijdrage aan hechting, intimiteit, troost en veiligheid. Het is simpelweg de beste voeding die je je kindje kan geven.
En als moeder ontvang je ook nog eens een dosis gelukshormonen én werkt het geven van borstvoeding preventief tegen borstkanker. De WHO en Unicef adviseren een baby de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven en daarna tot minimaal twee jaar borstvoeding naast vaste voeding. Zijn we dit alles vergeten?
Als we een gezonde toekomst en samenleving willen creëren, dan keuren we borstvoeding, zeker in het openbaar, niet af. Dan moedigen we de moeder in kwestie aan en laten we weten dat zij goed bezig is. Dan helpen we haar een rustige plek te creëren waar zij ongestoord kan zitten (lees: mensen die borstvoeding geven shockerend vinden verwijderen uit de ruimte). We geven haar de waardering die zij verdient. Haar lichaam is immers dag en nacht aan het werk om een kindje van de allerbeste voeding te voorzien. Borstvoeding is de meest natuurlijke en complete voeding die je je kindje kan geven. En iedere moeder is vrij om haar kindje overal en altijd van deze vloeibare liefde te voorzien. Ook in het openbaar.

Verschenen op 14 april 2018 in De Telegraaf

Advertenties

Sisterhood

Als klein meisje had ik al het gevoel dat er iets ontbrak in mijn leven. Ik leek iets te missen, maar ik had totaal geen idee wat. Het was in ieder geval iets ‘warms’, dat was duidelijk. Ook als puber bleef er een leegte in mij voelbaar aanwezig. Op de middelbare school had ik wel vriendinnen. Met iedereen kon ik het prima vinden. Echter het voeren van diepe gesprekken, mijn allereerlijkste gevoelens delen, dat deed ik niet. Heel veel eten, in de hoop de leegte niet meer te voelen had een averechts effect. De muur tussen de wereld en mij werd groter en mijn zelfwaardering vervaagde tot een eenzame schim.

Het was mijn mentor in de brugklas die voor het eerst echt bij mij werd binnen gelaten. Tijdens het kennismakingskamp zag ik het niet zitten om mee te doen aan de bonte avond. Met ‘hoofdpijn’ trok ik mij terug op de slaapzaal. Mijn mentor kwam na een tijdje kijken hoe het met mij was en bracht zelfs een koud washandje mee om op mijn voorhoofd te leggen. ‘Dat doe ik ook altijd bij mijn eigen kinderen,’ zei ze. Deze zin brak iets in mij. Opeens werd de oorzaak van mijn eenzame leegte tastbaarder. Ik miste een warme vrouwenhand die mij liefdevol koesterde wanneer ik het moeilijk had.

Het duurde nog zeker vijftien jaar voordat het warmtegemis in mij getransformeerd werd tot zelfacceptatie. En na al die jaren loslaten, omarmen, spiegelen en helen is het mij duidelijk worden dat het gaat om de verbinding met de vrouw in alle denk- en voelbare contexten. Met name de vorm ‘sisterhood’ (zusterschap) is hetgeen dat mijn leven zo veel rijker heeft gemaakt. Een vrouw die oordeelloos naar mij kijkt, die in aandacht haar luisterende oren aanbiedt, mij bekrachtigt als ik onzeker ben en die onbegrensd eerlijk is naar mij én zichzelf. Een vrouw die met mij onbaatzuchtig danst, huilt, lacht, knuffelt, zingt en zwijgt. Deze verbinding is zo helend. En het mooiste is dat zij in alle vrouwen schuilt, de ‘sister’. Ook in jou. Sisterhood is hét medicijn voor een gesloten, leeg en koud hart. Omarm haar en wie weet verwarm jij ook een vrouw die het hard/hart nodig heeft. In ieder geval doe ik een oproep om rondom deze Internationale Vrouwendag in ieder geval één vrouw die je niet kent te laten weten dat je haar ziet, op wat voor manier dan ook. Ik ben er van overtuigd dat alles wat je geeft je drievoudig terug ontvangt.

Processed with VSCO with q10 preset

Vol verlangen klopt mijn hart

Voor het raam sta ik naar buiten te turen. De lantaarnpaal aan de overkant van de weg werpt een spotlight in de duisternis. Een kat steekt over. Een zachte wind laat gele bladeren dansen over de verlaten weg. Ik zucht en probeer een paar sterren in de heldere hemel te ontdekken.

Ineens zijn daar luid piepende banden die de hoek om scheuren. Het maanlicht verraadt een zilvergrijs autootje. Door het open dak zie ik een… gouden staf en een… mijter?! Mijn ogen worden groot en mijn mond valt open. Ik roep mijn zusje.

‘Kom kijken! Snel! Daar zijn ze!’

‘Waar dan? Ik zie niks,’ zegt ze.

Samen kijken we naar buiten. Mijn ogen schieten van links naar rechts. Ik sta op mijn tenen en mijn ogen proberen een glimp op te vangen van de man wiens bestaan ik verwarrend vind. Diep van binnen weet ik dat Sinterklaas niet echt is, want hij draagt dezelfde schoenen als de gymmeester op school. Ook krijg ik nooit de cadeautjes van hem die op mijn wensenlijstje staan. Toch krijgt hij ieder jaar van mij weer de kans om te bewijzen dat hij bestaat. Al was het maar om het geschenk te krijgen waar ik heel mijn leventje al op wacht. Ik vermoed dat mijn schoentje te klein is om een papa in te stoppen.

We zien niets. Het duister overheerst.

‘Zullen we weer met de lego spelen?’ vraagt mijn zusje.

‘Ok.’

We bouwen een huis. Zowel het legopopje met ridderharnas als de brandweerman zonder hoofd krijgen een eigen slaapkamer. Een zwart paardje dat zijn hoofd niet meer omhoog kan krijgen is de waakhond. Bloemetjes fleuren de kleine vensterbankjes op. Hier in dit huis kan en mag alles.

Ineens wordt ons spel verstoord door luid gebonk op de voordeur en op het raam. Ik verstijf. De ridder valt uit zijn bed en de waakhond verstopt zich achter de hoofdloze brandweerman. Tranen prikken achter mijn ogen. Mijn hart bonkt in mijn borstkas. Mijn keel is dichtgeknepen. Stampend en schreeuwend wordt de deur naar de woonkamer opengegooid. Er komen twee pieten de kamer binnengestormd. Een paar pepernoten raken mijn hoofd. Er beginnen nog meer tranen te branden. Mijn zusje springt lachend in het rond en probeert zo veel mogelijk strooigoed te verzamelen. Ik probeer me staande houden tussen het oorverdovende geweld dat de kindervrienden veroorzaken. Uit de zak komen twee cadeautjes.

‘Deze is voor jou en deze is voor jou.’ Zonder dankjewel scheurt mijn zusje haar pakje open. Ik kijk omhoog naar de piet die voor me staat. In zijn nek zie ik witte vlekken.

‘Ohhh dankjewel Zwarte Piet! Kijk eens wat ik heb gekregen, Marjo! Stempels! Wat heb jij?!’ Ik pak rustig mijn cadeautje uit. Een barbie?! Ik kijk nog eens omhoog naar de piet en knijp mijn ogen tot spleetjes.

‘Dit cadeautje is niet voor mij. Ik houd niet van poppen en barbies. Sinterklaas weet dat. En waarom is je nek wit?’

Ik geef de barbie aan mijn zusje en loop weer naar het raam. Ik zucht en kijk naar buiten, naar de sterren in de hoop dat er eentje valt. In de hoop dat mijn verlangen volgend jaar wel bevredigd gaan worden.

Brief aan mijn baarmoeder

pexels-photo-211290

 

Lieve baarmoeder,

Het was op mijn twaalfde verjaardag dat wij elkaar voor het eerst ontmoetten. ’s Ochtends ontdekte ik wat bruine vlekken in mijn onderbroek en volgens mijn mama had ik een cadeautje gekregen van Moeder Natuur. Op dat moment wist ik niet wat ik er van moest vinden. In de middag, op het moment dat mijn mama aan de visite verkondigde dat ik voor het eerst ongesteld was geworden, wist ik het. Een gevoel van intense schaamte overviel me. Er kwam een knoop in mijn buik. Ik denk dat ik jouw toen op slot heb gezet.

De jaren daarna voerden wij iedere maand een strijd. Iedere maand deed jij mij zo ontzettend veel pijn, dat ik amper rechtop kon lopen. De krampen gingen gepaard met veel bloedverlies. Soms gutste er zo veel tegelijk uit dat mijn maandverbandje het niet aankon en ik met rode vlekken in mijn broek in de klas zat. De rode vlekken verspreidden zich vervolgens over mijn hele gezicht, want wat schaamde ik mij diep.

Tegen het einde van mijn studietijd begon de maandelijkse strijd van koers te veranderen.  Mijn zoektocht naar het ‘waarom ben ik hier’ leek de pijnscheuten enigszins te ontspannen. Alsof met het groeien van mijn zelfbewustzijn er ook meer ruimte voor jou kwam. Echter het was de komst van mijn oudste dochter dat ik de relatie met jou helemaal opnieuw ging bekijken. Sowieso is het een niet te bevatten belevenis om zwanger te zijn. Om leven te voelen bewegen en te voelen groeien, in mij. Of beter gezegd in jou! Wat een cadeau om dit nu al vier keer met jou te mogen hebben meegemaakt. Ik realiseerde mij dat jij en ik meer dan de helft van ons leven geen goede vriendinnen zijn geweest. Jij hebt vanaf het begin van jouw ontstaan pijn en verdriet meegedragen, wat helemaal niet van jou is. Ik weet nu ook dat het ongemak dat met iedere menstruatie gepaard ging, eigenlijk een schreeuw was om mij meer te verbinden met jou. Wanneer je vloeide had je warmte, koestering, genegenheid en aandacht willen krijgen. Maar ik negeerde je en zelfs verdoofde ik je zo nu en dan met paracetamol. Jaren en jarenlang… Ik heb niet alleen jou hierdoor genegeerd, maar eigenlijk mijn hele lichaam.

Ik zou willen zeggen dat het mij spijt. Alleen voel ik geen spijt. Ik voel diepe bewondering, waardering en respect voor jou. Je hebt mijn vier dochters gevoed, beschermd, gekoesterd, warm gehouden en een veilige zachte landing op aarde gegeven. Je hebt je plek ingenomen en mijn bewustzijn doen verruimen en verrijken. En het mooie is, dat wanneer je nu iedere maand je nestje verschoont, je dit zonder enige kramp doet. Mijn verbinding met jou is nog nimmer zo krachtig geweest. Je bent een fantastische lerares voor mij, een innerlijk orakel. En ik verheug mij op de mysteriën die jij nog gaat onthullen aan mij. Een diepe buiging, voor alles wat je bent en brengt.

Liefs,

Marjolein

Mijn trofee

In mijn rugtas zitten zitten babysokjes. Het zijn de enige wollen sokjes die de papa van mijn dochters niet in de wasmachine heeft gegooid. Ik koester ze, deze roze voetenwarmertjes. Waar ik ook ga, ik draag ze met mij mee. Een concreet stukje warme moederliefde. In mijn tas, op mijn rug. En in mijn hart draag ik alle tenen die pluisjes hebben bewaard van mijn trofee.

De vervilte sokken zijn de slijtvaste liefde die de vader moeiteloos iedere week zou willen produceren. Toch mag hij van mij de bonte was niet meer doen.

Het afscheid

Het zou zijn laatste mogelijkheid zijn. Nu of nooit. Nadat het bezoek vertrokken was zou de reservepapa gaan werken en daarna gaan slapen. Hij leek nog te twijfelen over welk bed hij zou nemen. Zijn beste vriendin adviseerde dat hij niet bij ons in bed moest gaan slapen. ‘Dat kan je die meisjes toch niet aandoen?’ had ze gezegd. Maar na zo’n intensieve week waarin het hart van Arnon steeds zich steeds meer opende voor de meisjes en andersom, zou hij het niet kunnen maken om de laatste nacht in de kinderkamer boven door te gaan brengen. Zijn laatste nacht als reservevader zou hij doorbrengen in het nest, op de plek waar de echte papa normaal gesproken ligt.

Mijn lijf ligt ’s nachts tussen Layla en Zora in met Thura bij mijn voeten. Ik word omringd door armen en benen, die mij meerdere malen uit dromenland slaan en schoppen. De meeste mensen kunnen het zich niet voorstellen dat ik zo kan slapen. Voor mij bestaat er niets heerlijkers dan in slaap vallen gesandwicht door warme kinderlijfjes. Ik ben dus heel wat gewend. Een wild omdraaiende reservevader op veilige afstand, daar lag ik niet wakker van. Helaas werden deze nacht wel drie meisjes ziek. Zeker zes keer heb ik over de reservevader moeten klimmen om spuugbakjes te legen en spuitpoep weg te vegen. Na de derde spuugbak riep ik: ‘Arnon, spuug. Help… Arnon…?’ De reservepapa was diep in slaap en niet wakker te krijgen. Af en toe leek hij verrassend veel op de echte papa.

En toen brak de dag van vertrek en weerzien aan. Het ontbijt voltrok enigszins stilzwijgend. Er was zo veel gedaan, beleefd en gezegd. Was er nog iets dat besproken moest worden?

‘Als we elkaar weer zien, gaan we dan een potje tafelvoetballen?’ vroeg  ik. Dat vond de reservepapa goed. De oermoeder en de reservevader blijken beiden zeer competitieve tafelvoetbalfanaten te zijn. Ik kan niet wachten op het moment dat ik hem in kan maken. Ik zie een gewaagde wedstrijd voor me vol spanning en rondvliegende zweetdruppels. Het blijft spannend tot het einde. En dan net voordat er een kind aan mijn rok gaat hangen maak ik het beslissende doelpunt.

Papa Rini mochten we aan het begin van de middag ophalen van het station en reservepapa Arnon vertrok rond dezelfde tijd. Thuis, in de woonkamer, vond de overdracht plaats. Het was heerlijk om de echte papa weer te zien stralen tussen al zijn meisjes. Ronja was niet van Rini’s nek af te slaan. Voor het eerst sinds een week lachten haar ogen weer. Het is altijd overzichtelijk als papa naar het buitenland gaat. Je neemt afscheid voor een afgebakende tijd en je weet dat je elkaar over 2 weken weer in de armen kan vallen. Afscheid nemen voor onbepaalde tijd voelt anders. Op de een of andere manier voelde ik me wat onbestemd en ging het loslaten gepaard met zowel een lach als een traan.

Een week de reservevader in huis heeft mij veel geleerd. Na jarenlang een wandelende baarmoeder te zijn geweest, heb ik ontdekt dat ook mijn hoofd een prachtig instrument kan zijn. Doordat ik de afgelopen week iedere dag verslag heb gedaan van de belevenissen, heb ik mijn denken weer aangezet, zonder dat ik mij er aan hoef te hechten. Als ik schrijf zet ik het denkknopje aan en als ik met mijn kinderen ben kan het knopje weer uit. Hoofd en baarmoeder hebben elkaar in het midden ontmoet. En het hart heeft beide nodig om te kunnen liefhebben.

We zwaaiden de reservepapa uit en lieten hem los. Hij verliet het vakantiepark en reed zijn eigen leven weer tegemoet.

 

Werkelijk alles went

Aan het begin van de week vroeg de reservepapa of hij ons een keer mee uit eten mocht nemen. In eerste instantie dacht ik dat hij een grapje maakte. Daarna dacht ik dat hij mijn eten niet lekker vond en dat hij meer inspiratie nodig had om over te schijven. Maar toen ik naar zijn serieuze gezicht keek, realiseerde ik me dat hij ons gewoon echt heel graag lief bedoeld mee uit eten wilde nemen, net zoals hij zijn petekind en beste vriendin altijd mee uit eten neemt. Vooruit dan maar.

Uit eten gaan. Dat doen Rini en ik eigenlijk het liefst niet met vier kinderen. Een lunch in het zeer kindvriendelijke Genietcafé gaat nog net. Wetende dat de meisjes niet stil kunnen zitten, gaan rondrennen, dingen van tafel rukken of met eten gaan gooien, zag ik mijzelf al totaal gestrest bij de Japanner zitten. De reservevader was en bleef de rust zelve. Was hij nu zo naïef of was ik zo bevooroordeeld? Zelfs toen we aan de gereserveerde tafel schoven en wachtten op mijn vroedvrouw-vriendin Laura en Arnons eerste gezin (zijn beste vriendin en petekind), en Ronja inmiddels op de bestelPad van alles had ingetoetst en de andere drie meisjes over tafels en stoelen klauterden, zei Arnon met kalme stem: ‘Ga maar op je billen zitten.’

Mijn bijnieren waren inmiddels al flink begonnen met het afscheiden van cortisol. Ik voelde mijn bloeddruk stijgen en mijn poriën openden zich om mijn warmte af te voeren. Ik begon nog net niet te hyperventileren. ‘Ik heb er nu al spijt van,’ zei ik tegen de reservepapa die nog altijd rustig op zijn stoel zat en af en toe een kind van tafel plukte of voor de voeten van een serveerster wegsleepte. ‘Het gaat toch goed?’ probeerde hij mij gerust te stellen. Voor het eerst deze week werd de moeder uit haar comfortzone gehaald.

Laura kwam binnen. Mijn redster in nood. Mijn voor eeuwige vroedvrouw arriveerde om mij rustig door dit etentje heen te laten puffen. Het moment dat ik haar zag voelde ik mijn lichaam al rustig worden. De eerste gerechtjes verschenen en al gauw zaten de meisjes rustig te eten. Wel drie minuten lang. Zora zat bij Arnon op schoot, zoals wel vaker deze week. Arnon bekende dat hij verliefd is geworden op Zora. Dat kan ook niet anders. Zo’n lief, onbevangen, puur, altijd vrolijk aapje. Ik heb de reservepapa geen enkele keer horen mopperen over de yoghurt-, snot- en kwijlvlekken op zijn gestreken overhemden, waar Zora hem dagelijks mee besmeurt. Hij omarmt ze als waardevolle geschenken en trekt iedere dag wat schoons aan. Nu begrijp ik waarom hij zo’n enorme koffer mee naar ons huis had gesleept.

Halverwege het tweede rondje sushi waren de meisjes al klaar met eten, terwijl Laura, Arnon en ik nog rustig aan het genieten waren. ‘Zijn jullie nu al klaar?’ vroeg de reservevader. De meisjes stonden op het punt de boel weer te gaan afbreken, toen er opeens een onzichtbare engel op mijn schouder tikte en wees naar een muur vlakbij onze tafel. Ik zag een kleurrijke muur, anders dan de rest van het interieur en ik had de hoop dat daar een kinderhoekje verscholen zat. En ja hoor, halleluja! Inmiddels was Arnons eerste gezin ook aangeschoven. De kinderen konden spelen, terwijl de grote mensen rustig verder konden tafelen.

Zo werd het uit eten gaan met vier kleine kinderen tegen alle verwachtingen in een heel gezellig uitje. Ronja en ik bedachten dat we dit ook eens zouden gaan doen met de echte papa. De week is voorbij gevlogen. De wildvreemde schrijver transformeerde in een paar dagen tot zeer toegewijde reservepapa. Iemand die zo lief is en blijft, ondanks het genegeerd worden door Ronja, ondanks al het bijten en slaan van Thura, ondanks al het geklim en geklauter van Layla en de vlekken van Zora, kan je onmogelijk geen bijzonder plekje in je hart geven. Werkelijk alles, maar dan ook alles went. Zelfs Arnon Grunberg als reservevent.